Column: duurzaamheid

op donderdag, 18 oktober 2018

door ds. Robert Stigter, eerder verschenen in CW Opinie en kerkblad Centraal Contact.

Minister Schouten presenteerde kort geleden haar nieuwe visie op de landbouw, vanuit een biologische boerderij in Delfgauw. Een goede keuze, want Delfgauw ligt tussen Rotterdam en Den Haag, precies op de grens van stad en platteland. Precies op de grens tussen die twee werelden bevindt zich de pastorie waar ik woon. Als ik de voordeur uitga, stap ik een van oorsprong tuindersdorp binnen. Via de achterdeur bereik ik de Vinex-wijk die aanvoelt als een buitenwijk van Delft. De kerk van Delfgauw is de enige plek in het dorp waar stads- en dorpsmensen elkaar echt ontmoeten. Jezus verbindt ons zodat die grote culturele verschillen opeens niet meer zo belangrijk zijn. En zeker op het gebied van duurzaamheid zijn die culturele verschillen groot.

Aan de ene kant ben ik zo’n duurzaam stadsmens. Via de theologie van Tom Wright heb ik geleerd dat geloven alles te maken heeft met de wereld om ons heen. Het geloof heb ik van huis uit meegekregen. Na een wat sluimerachtige tijd in mijn tienerjaren, is het vooral weer opgebloeid in mijn studententijd bij de Navigators in Utrecht. Daar werden Bijbel en Bier beiden serieus genomen. Maar pas bij Tom Wright leerde ik het geloof als een compleet verhaal te zien. Het is niet Gods bedoeling dat onze zieltjes na dit leven opstijgen ten hemel. Het is Gods doel dat hemel en aarde weer met elkaar verenigd worden. Zoals de Schrijvers voor Gerechtigheid het zingen: ‘elke goede daad laat de boodschap achter: God maakt alles nieuw!’ Daardoor zijn we én verantwoordelijk én hoopvol. We hebben als kerk een uniek verhaal op het gebied van duurzaamheid!

Maar duurzaam leven is wel altijd aangevochten leven. Ik ben opgegroeid op een geitenboerderij. Ik was altijd dichtbij de dieren, spelend in een houtbosje of een weiland. Liefde voor de natuur zat er daardoor al vroeg in. Maar de romantiek van de boerderij wordt verjaagt door de stank van de realiteit. Momenteel zit het bedrijf in een fase van bedrijfsoverdracht. Door strengere milieuregels voor de geitenhouderij zit uitbreiden er niet in. Om het bedrijf levensvatbaar te houden is biologisch gaan boeren de perfecte optie. Het sluit aan bij de innerlijke overtuiging van mijn ouders en de mogelijke opvolgers. Maar op dit moment is er te weinig vraag naar biologische geitenmelk om deze stap te zetten. Consument, markt en overheid nemen de welwillende boer in de tang.

En als stadsmens ben ik een van die zondaars die het goede wel willen doen, maar vaak toch voor het gemak gaan. In Delfgauw heb je één supermarkt, de Albert Heijn. Als boerenzoon heb ik de grote supermarkten leren indelen bij de As van het Kwaad. Transportbedrijven (die hebben we in omgeving Delfgauw nogal veel) staan onder grote druk om zo goedkoop mogelijk te rijden. Tuinders (idem) krijgen regelmatig te weinig voor hun komkommers en andere groenten. En de supermarkt ligt vol met in plastic verpakt spul. Alle reden dus om niet bij de supermarkt te kopen! Nu woon ik op twee kilometer van een biologische boerderij met winkel, en op gelijke afstand is een groentewinkel met kas gevestigd waar je ook van alles kunt krijgen. Maar waar doe ik mijn boodschappen? Precies, bij de Albert Heijn. Lekker makkelijk, alles binnen een uur van digitaal boodschappenlijstje, via de bakfiets, opgeborgen in de keuken. En met een voltijd domineesbaan van 40 uur, een werkweek van drie dagen voor mijn vrouw, en twee kinderen, is het wel lekker als de boodschappen niet te veel tijd kosten. Maar tijd is altijd prioriteit. Ik voel me steeds schuldiger als ik de plaatselijke grootgrutter betreed. Maar, houd ik mijzelf voor, als er nu een biologische winkel of lokale groenteboer in ons kleine winkelcentrum zou trekken, dan zou ik mijn leven zeker beteren.

RobertColumn: duurzaamheid