De preek over Marcus 12:41-44 (de arme weduwe)

op zondag, 18 november 2018

Leerlingen van Jezus, gasten in ons midden,

Inleiding

Gisteren is Sinterklaas aangekomen in Nederland. Op het eerste oog is het Sinterklaasfeest een kinderfeest. Kinderharten gaan sneller kloppen. Ze kijken verwachtingsvol uit naar het heerlijke avondje, het kloppen op de deur, de zak met cadeaus.

Maar er zit ook een laag onder. Sinterklaas is een commercieel feest. Elke winkel probeert zijn slag te slaan en verleidt de Sint om juist daar in te kopen. Het zijn gouden tijden voor de economie. Als christenen ligt er een uitdaging om te oefenen in genoeg en duurzaamheid, bijvoorbeeld door tweedehands speelgoed te kopen.

Maar tegenwoordig is er een nog diepere laag. Sinterklaas leidt tot de Zwarte Piet discussie. Aan de ene kant zijn er mensen die vinden dat Zwarte Piet moet blijven, het liefst zo ouderwets mogelijk. Aan de andere kant zijn er mensen die zeggen: Zwarte Piet is racisme. En bij die discussie horen blijkbaar ook protesten en tegenprotesten, dreiging en geweld.

En daaronder zit weer een laag van verdeeldheid in onze maatschappij. De verdeeldheid tussen stad en platteland, tussen theoretisch en praktisch opgeleid, tussen de winnaars van ons economisch systeem en degenen die het gevoel hebben dat Nederland steeds minder Nederland wordt.

De felheid van die discussie laat zien dat er veel meer onder zit dan de kleur van de schmink. Onder het Sinterklaasfeest zitten tegenwoordig allerlei lagen.

Laag 1

Een zelfde gelaagdheid zit in het korte verhaal dat we hebben gelezen. Op het eerste gezicht gaat het vooral over geven. Je hebt de rijke mensen. Die geven heel veel aan de tempelschatkist. Maar als je goed kijkt is het maar een fractie van wat ze hebben. Ze geven van wat ze toch al over hebben. En ze zorgen bij het geven dat ze de aandacht trekken zodat iedereen kan zien hoe gul ze wel niet zijn. Ze plaatsen een selfie op instagram met de tempelschatkist, met heel duidelijk in beeld het aantal munten dat ze erin gooien. #kijkmijeensgoedzijn

Aan de andere kant is daar die weduwe. Ze geeft twee muntjes, ter waarde van een quadrans. Daar kon je misschien net één maaltijd van kopen, die te klein was om je hongergevoel echt weg te nemen. Wat ze geeft lijkt heel weinig, maar ze geeft alles wat ze heeft. Ze geeft niet van wat ze over heeft, maar van wat ze eigenlijk niet kan missen. Ze brengt een groot offer.

Daar zit een belangrijke les over geven in. Het gaat bij geven om de oprechtheid waarmee je geeft. Je intentie is belangrijk. En geven mag je iets kosten. Als je alleen weggeeft wat je toch al over hebt, ben je eigenlijk nog gierig. Maar er is ook nog een Bijbelse les over geven die ik eraan toe wil voegen. Paulus schrijft:

2 Korintiërs 8

13Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn. 

In die zin kun je je afvragen of de arme weduwe hier wel goed aandoet. Door haar laatste geld weg te geven.

Laag 2

Maar dat is pas de eerste laag, lessen over vrijgevigheid. Een tweede laag gaat over je leven geven. Want dat is wat de weduwe doet: ze geeft haar hele levensonderhoud, of letterlijker vertaald, ze geeft haar hele leven. En dat is wat God van ons allemaal vraagt: om je met je hele leven aan Hem over te geven. Zoals Jezus eerder in het Evangelie van Marcus zegt:

Marcus 8

35 Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie, zal het behouden.

Zet God op de eerste plek in je leven. Laat Hem bepalen wie je bent, laat Hem de Heer zijn over je agenda, erken dat je geld bedoeld is om Hem dienstbaar te zijn. Alle dingen waar wij ons leven op bouwen zijn tijdelijk, zijn breekbaar. Maar als we ons leven bouwen op God, zijn we zeker. Dan kunnen we bouwen op Zijn liefde, Zijn rust, Zijn genade, Zijn trouw. Dan kan niets en niemand ons scheiden van de liefde van Christus. Geef je over aan God, net als die arme weduwe.

Laag 3

Een derde laag is dat er in dit verhaal heel veel kritiek doorklinkt van Jezus op het systeem waarin Hij leefde. De schatkist bevindt zich bij de tempel. Het hart van de Joodse samenleving in die tijd. En juist op die plek had Jezus zojuist harde woorden gesproken over de leiders van die samenleving.

Marcus 12

38 ‘Pas op voor de ?schriftgeleerden? die zo graag in dure gewaden rondlopen en eerbiedig begroet willen worden op het marktplein, 39en een ereplaats willen in de ?synagogen? en bij feestmaaltijden:40ze verslinden de ?huizen? van de ?weduwen? en zeggen voor de schijn lange ?gebeden? op. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan over anderen!’

 De tempelschat was bedoelt voor onderhoud van de tempel, om offers te betalen, om de priesters in hun levensonderhoud te voorzien. Maar volgens de wet was het ook bedoeling om vanuit die tempelschat te zorgen voor de armen.

 Deuteronomium 14

28Elk derde jaar moet u het ?tiende? deel van de opbrengst in zijn geheel afstaan en het opslaan in de stad. 29De ?Levieten, die geen grond bezitten zoals u, en de ?vreemdelingen, de ?weduwen? en de wezen die bij u in de stad wonen, mogen daarvan dan nemen zo veel als ze nodig hebben. De HEER, uw God, zal u erom ?zegenen? in alles wat u onderneemt.

 Dus de tempelschat was ook bedoeld om te zorgen voor mensen zoals die arme weduwe. Maar dat gebeurde niet. De religieuze leiders waren onderdeel van een corrupt machtssysteem waarin de tempel gebruikt werd om zelf nog rijker te worden. Ten koste van de armen.

Toen de Joden in het jaar 70 in opstand kwamen tegen de Romeinen, werd dat systeem omver geworpen. Het eerste was de opstandelingen deden, was het verbranden van de archieven van de tempel. Want daar werden de schulden van de mensen bijgehouden. De tempel was een plek van onrecht geworden. Jezus zegt dat heel mooi: de religieuze leiders verslinden de huizen van de weduwen.

Jezus is heel kritisch op het economische systeem. En zo moeten ook wij kritisch zijn. Op onszelf, op de overheid. En zeker ook op bedrijven. Vaak belijden die met hun missie statements allerlei prachtige dingen over duurzaamheid en eerlijke handel. Maar in praktijk verslinden zij de huizen van arme mensen aan de andere kant van de wereld.

Laag 4

Een vierde laag van betekenis, is dat dit verhaal ons weer laat zien dat voor God alle mensen gelijk zijn. Arm en rijk zijn even waardevol in Gods ogen. Er is geen onderscheid, want Hij is de Schepper van iedereen. Of je nou veel of weinig hebt aan geld, talenten, prestaties. Dat maakt voor God niet uit. Hij vraagt ons niet om veel aan Hem te geven. Hij vraagt ons om Hem te geven wat we hebben. Wat in ons vermogen ligt. Het maakt het niet uit of we veel hebben of weinig. We zijn allemaal even kostbaar in zijn ogen. Ditzelfde Bijbelverhaal las ik vorige week zondag in dienst voor mensen met een verstandelijke handicap. Juist van hen kunnen we leren dat God niet kijkt naar onze prestaties en wat we kunnen, maar naar ons hart. Daarin zijn alle mensen gelijk.

Laag 5

En tenslotte, misschien wel de diepste laag in dit verhaal, zegt de gift van de arme weduwe ook iets over Gods gift aan ons. Want wat stelt die gift van God aan ons nou helemaal voor? Binnenkort vieren we weer kerst. Een feest over een baby met zulke nietszeggende ouders dat Hij zijn eerste nacht doorbrengt in een voerbak.

Diezelfde mens hangt dertig jaar later eenzaam en verlaten aan een kruis en sterft de dood van een opstandige slaaf.

Dat gedenken wij zo met brood en wijn. Wat stelt dat nou helemaal voor? Dat hapje witte brood. En het is dan misschien Fair Trade wijn, maar dat kleine slokje wat we nemen is natuurlijk ook niet indrukwekkend.

Maar dat zegt alles over hoe God naar ons toekomt. Niet spectaculair, als een rijke koning, met een grootse overwinning, die wij herdenken met een rijk buffet. Gods gift aan ons stelt op het eerste gezicht weinig voor. Maar wie ziet hoeveel lagen daaronder zitten, is des te meer onder de indruk. In die ene mens, Jezus van Nazareth, geeft God zichzelf voor ons. Hierin openbaart zich Gods grote liefde voor ons, zijn eeuwigdurende trouw, zijn rechtvaardigheid, en zijn ongeëvenaarde wijsheid. Mij ontmoeten de levende Heer, in brood en wijn. Zo gedenken wij, zo vieren wij, zo verwachten wij. Gods grote kleine gift. Een kostbaar kleinood. Amen.

RobertDe preek over Marcus 12:41-44 (de arme weduwe)