‘k Heb geloofd en daarom zing ik

op zondag, 02 mei 2021

Waarschijnlijk herkennen velen de titel van dit bekende lied. Wim Kloppenburg, destijds radiomaker bij de IKON, draaide het om. Ik meen dat dit in 1996 tijdens zijn laatste radio-uitzending van zijn programma ‘In de gloria’ was, waarin hij sprak ‘Ik zing en daardoor geloof ik’. Dat credo ben ik nooit meer vergeten. Zoveel jaar na dato ben ik dat ook gaan ervaren: wéét wat je je te binnen zingt!

Sinds vorig jaar maart is het slecht gesteld met de gemeentezang. Covid19 nam bezit van de wereld en waar kerkdiensten in het begin nog met maximaal 10 gemeenteleden gevierd kon worden, zo werd in de loop van de tijd dit aantal nog kleiner. Het kwam voor dat enkel de predikant en ik samen dienst deden, in de wetenschap dat de gemeente meeluisterde via internet.

Na verloop van tijd mochten er maximaal dertig mensen naar de kerk en werd de gemeentezang vertegenwoordigd door maximaal vier zangers. Het was goed dát er nog gezongen kon worden. Alhoewel, waar normaliter bijvoorbeeld de avondmaalsliturgie gezongen werd, bleef het nu enkel bij spreken. In onze liturgie, in mijn gemeente, voelde dit wezensvreemd aan. Achterliggende reden daartoe was dat er aangenomen werd dat zingen gevaarlijk zou zijn. Gevaarlijker dan spreken. Door deze boodschap is er een angst voor het zingen ontstaan, zo merk ik in mijn omgeving.

Momenteel beheerst covid19 nu ruim een jaar veel in ons dagelijks leven. Ook in de kerk worden we in de greep gehouden door dit virus. Een jaar na het uitbreken hiervan ontstaan ontwikkelingen die er uiteindelijk toe moeten leiden dat de samenleving weer terug kan naar ‘normaal’. Dat geeft ook weer lucht voor de situatie in kerkelijke gemeenten. Tegelijk merk ik dat er de angst voor het zingen heerst.

Het is in het afgelopen jaar geweest dat ik mij in het bijzonder realiseerde wat mijn functie als kerkmusicus binnen mijn mooie gemeente inhoudt. Dat viel me soms niet licht. Wat een armoede dat het geloof niet uitgezongen kan worden!

Eén van de onderzoeken waar ik mij aan vast houd, benoemt het duidelijk: ‘Internationale studies gaan ervan uit dat zingen niet gevaarlijker is dan spreken.’ De Oostenrijkse Koorvereniging heeft een onderzoek laten doen door de MedUni Wenen, waar voor het eerst werd gefotografeerd hoe aerosolen tijdens het zingen werden gevormd en verspreid in de lucht. Bij rustig in- en uitademen komen de aerosolen tot 0,5 meter en bij stevig zingen tot ca. 0,9 meter.

Begin deze maand speelde ik, na een jaar afwezigheid van kerkdiensten, weer in een verzorgingshuis in Den Haag. Alle bewoners zijn er gevaccineerd. Hoe mooi was het om te zien dat iedereen weer gewoon naar de kerkdienst kon en weer vertrouwd naast elkaar kon zitten. Zingen durft het management nog niet aan. Daarvoor is er een te grote nadruk geweest op dat zingen gevaarlijk is.

Ventilatie en de anderhalve meter afstand van elkaar is een belangrijke voorwaarde om verspreiding van Covid19 tegen te gaan.

Ik hoop zo dat kerkelijke gemeentens weer bij elkaar kunnen komen en dan mogen en durven zingen. Dat zal ook het nodige aan emoties losmaken. Dat is logisch, zeker in het licht van ‘Ik zing en daardoor geloof ik’.

 

Jeroen de Haan
Cantor-organist Evangelisch-Lutherse kerk, Woerden

Evert Nieuwkoop‘k Heb geloofd en daarom zing ik