Een man van smarten

op donderdag, 25 maart 2021

In het vierde lied over de Knecht van de Heer gaat het over ‘een man van smarten, vertrouwd met ziekte’. Er worden schrijnende, pijnlijke dingen over hem gezegd. Ik vergroot het begin (vs.2-5) hier even uit. 

Geen figuur

Het begint er al mee dat hij als een loot, een wortelscheut opklimt uit dorre aarde. Kracht en sap ontbreken hem. Hij ziet er dan ook niet uit. Luther vertaalt: ‘Er hatte keine Gestalt und Schöne.’ Geen gedaante noch luister. Hij was onappetijtelijk.
Iemand die je vermijdt aan te kijken. Bijna vanzelf wend je het gezicht van hem af. Maar je kunt het ook omdraaien. Deze door behoefte en ziekte getekende durft zelf zijn ogen niet op te slaan. Hij is zich al te goed van zijn nederige positie bewust.

U weet dat juist lichamelijke schoonheid er in het Oude Testament een teken van is dat Gods zegen op je rust. Dat staat er van Jozef en van David. De Heer was met hen. Van de man van smarten, -die het aan schoonheid juist ontbreekt-, is het idee: dat Gods zegen niet op hem rust. ‘Wij hielden hem voor een geplaagde’, geslagen door God.

Maar dan de ontdekking, het onbestaanbare: Deze zwaar belaste is uiterst draagkrachtig. Wij hebben hem nodig. ‘De straf die ons de vrede aanbrengt was op hem. Door zijn striemen is ons genezing geworden’.

Wie is deze man van smarten?

In het Jodendom wordt iedere zieke als een heilige beschouwd. Je hebt hem of haar niet te oordelen maar alleen met respect bij te staan. God is met de zieke in gesprek. Hij voert met deze het stil gesprek in ’t hart.
In zekere zin zit er in iedere ziekte iets van representatie, iets van plaatsbekleding. Wat iemand die aan corona sterft meemaakt, had iedereen kunnen overkomen. De gevoeligste mensen in psychiatrische instellingen lijden aan de tijd. Ze slaan in zich op wat er aan spoken rondwaart. Zij zijn daar uiterst gevoelig voor.

Paulus zegt daarom in I Korinthe 12 dat juist mensen die de laagste plaats innemen zoals zieken in het lichaam van de gemeente en van de mensheid belangrijk zijn. (vs.22-24) Zonder zieken zijn wij niet gezond. Zieken en kwetsbare mensen dagen ons uit onszelf opzij te zetten en voor hen zorg te dragen. Om  voluit mens te zijn.

Ten diepste wordt in Jesaja 53 Jezus Christus getekend. Niet dat Hij aldoor ziek was en onooglijk. Dat beeld krijg je helemaal niet. Maar gegeseld en met doornen gekroond. ‘Zie, de mens!’ Naakt en zieltogend aan het kruis. Veracht en de vloek van een gehangene dragen. Concentreert zich alles wat in dit lied staat in zijn lot. ‘Mijn verlosser hangt aan ’t kruis’.

 

 

 

 

 

 

M. TreurenEen man van smarten