Bomenfeest

Op zondag 1 februari vieren we in de Dorpskerk het ‘Nieuwjaar van de bomen’. Kort gezegd: ‘het Bomenfeest’. We doen dat met Israël mee dat het feest op Toe Bisjvat (=15 Sjevat) viert, zoals het ook wordt genoemd. Dat is een dag later, de vijftiende van de maand Bisjvat. Kan dat? Is dat geen ‘jodelen’? Het nadoen van Joden?

Wat je zegt en doet, luistert natuurlijk nauw. Maar zijn we niet ‘onlosmakelijk met Israël verbonden’, zoals dat in de Protestantse Kerk heet. Als een wilde olijf geënt op de saprijke, natuurlijk tronk? Om met Paulus in bomentaal te spreken!
Is Jezus niet de ’tsaddiek’ uit Psalm 1 die geplant aan waterstromen – beeld van de Torah – onophoudelijk vrucht draagt in u? Als u geïnteresseerd raakt, sla dan ook Ld. 817 eens op: ‘O, Christus, bron van lentebloei’. 

Mensen zijn als bomen

Bomen zijn belangrijk. Kom je bij de psychiater, dan zegt hij: ‘Tekent u eens een boom.’ Mensen zijn als bomen. Hoe is het met je wortels, waar liggen je roots? Is je stam stevig, kun je tegen een stootje? De takken – veel of juist weinig – en de bladeren – fijn of groot, naar links of rechts – zijn helemaal interessant.
‘Ik zie de mensen wandelen als bomen’, zegt een blinde tegen Jezus, wanneer het licht in zijn ogen aan het terugkeren is. (Mc. 8: 24) Op een hek in Gaasterland las ik jaren geleden dit sprekende gedicht: ‘Wij moeten worden als de bomen, die wortelen in diepe grond, dan zal een ruisen door ons stromen en alle bladeren worden mond.’

Ecologisch   

Ook ecologisch doen bomen ertoe. Ze nemen CO2 op en ademen O2 uit. Parken zijn de longen van de stad zoals de schaarse bossen dat zijn van ons land. Het Bomenfeest biedt een prachtige kans aan de milieuproblematiek aandacht te geven.
In het Jodendom worden op het Bomenfeest allerlei soorten fruit gegeten en planten kinderen jonge boompjes. Als gemeente doen we dat op 16 januari direct na de dienst. Dan zetten een paar tieners op het terrein van de Dorpskerk een stel loten in de grond.

Bal tashchit (‘vernietig niet’)

In beschrijvingen van het ‘Nieuwjaar van de bomen’ wordt vaak Deuteronomium 20: 18-19 (Dewarim) genoemd. Deze twee verzen maken deel uit van de zgn. ‘oorlogswetten’. Een leerdienst is hèt moment daarop in te gaan. Niet eenvoudig. Hoe vertolk je de opdracht die de Heer de Israëlieten geeft om de Kanaänieten uit te roeien? (vs.16-8)
Toegankelijker is het opvallend verbod geen vruchtbomen om te kappen bij het belegeren van een stad. Boeiend is rabbijnse verklaringen hiervan te horen.

Als de vijand zich verstopt in het geboomte voor de stad of als ze de vruchten plukken en de strijd rekken, mogen fruitbomen wel worden vernietigd. Maar laat Israël toch op de Heer vertrouwen. Hij is in staat met weinigen de overwinning te geven. (vs.1-9) De fruitbomen die nu nog een twistappel vormen, zullen later tot voedsel dienen.
Een ander argument. Dat een stad capituleert, daar schiet je wat mee op. Maar kun je een boom innemen, kan die zich overgeven? Bomen zijn zo bezien toch weer iets anders dan mensen! Nog een verklaring. Zoals het verboden is (Deut. 24: 6) een handmolen of molensteen in pand te nemen, ‘want daarmee neemt u iemands leven in pand’, zo mag je geen bomen vernietigen die de mens tot levensonderhoud dienen.

Spaarzaam zijn

Actueel is de toepassing die de Joodse traditie uit dit verbod heeft afgeleid. Verspil niet achteloos, wees niet verkwistend. Verniel niets in een destructieve bui. Wees spaarzaam en dankbaar. Of het nu om gebruiksvoorwerpen, eten en drinken, waterreservoirs, goede landbouwgrond of wat dan ook gaat. God geeft ons alles in beheer. Om er iets goeds mee te doen!

Overgenomen uit Confessioneel Credo, met enkele kleine aanpassingen door ds. M. Treuren