In quarantaine onderweg naar Pasen (10) -Kaddisj zeggen

op donderdag, 26 maart 2020

Kaddisj zeggen

In ‘Ruiter in de wolken’ vertelt Andreas Burnier (1931-2002)die aan het eind van haar leven de weg naar haar joodse roots terugvond, een aangrijpende chassidische vertelling.

‘In de joodse eredienst wordt altijd één of meerdere keren kaddisj gezegd’, schrijft ze inleidend. Het kaddisj is een lyrische lofprijzing op God.

Het kaddisj drukt uit dat hoe en onbegrijpelijk het leven ook is, wat er ook gebeurt met jezelf en met wie je het meest dierbaar zijn, -God is het waard geprezen te worden. ‘Geloofd worde zijn grote Naam, in alle eeuwigheid geprezen. Geroemd, gevierd, hoog en hoger, steeds verheven: verheerlijkt, gehuldigd, bejubeld, de naam van de Heilige, geloofd is Hij; hoog boven iedere lof en elk lied en alle zang en alle troost, die op de wereld worden uitgezegd’.

Hier onderbreek ik het verhaal van Burnier even. Het kaddisj, dat ziet u wel, is een indrukwekkend gebed. Wie dit bidt, grijpt ver boven zichzelf uit. Joden zeggen het kaddisj ook bij het graf van iemand die je dierbaar is. Het is een eervolle opdracht op de dag dat het één of meerdere jaren geleden is dat iemand stierf deze plicht te vervullen. 

Tòch God loven, toch God psalmzingen, ondanks de doodsschaduw waarin je leeft, is iets wat wij als volgelingen van Jezus met gebeden en liederen aan onze eigen traditie ontleend moeten proberen te doen. Ook in deze door corona gestempelde tijd. Wordt vervolgd.

ds. Treuren 

M. TreurenIn quarantaine onderweg naar Pasen (10) -Kaddisj zeggen