In quarantaine onderweg naar Pasen (11) – God aangeklaagd

op vrijdag, 27 maart 2020

God aangeklaagd

Ook op Jom Kippoer, Grote Verzoendag wordt het kaddisj gezegd. (Zie de aflevering van ‘In quarantaine..’ van gisteren.) Deze lofprijzing klinkt ook op de meest ontzagwekkende dag van het  synagogale jaar.

Ik citeer nu woordelijk een passage uit ‘Ruiter in de wolken’. Morgen ga ik in op de wijze waarop Andreas Burnier deze interpreteert.

ds. Treuren

‘Welnu, de rebbe van dit verhaal onderbreekt op Jom Kippoer de synagogedienst vlak voor het kaddisj, richt zich tot de aanwezigen en vraagt hun hoe het met hen gaat. De ene vrome vertelt van de ongeneeslijke, uiterst pijnlijke ziekte van zijn vrouw en hoe zijn kinderne daardoor onverzorgd en half verwilderd moeten leven. Een ander vertelt over zijn ellendige armoede, de honger, de koude en het gebrek die haar gezin moet lijden. Een derde vertelt over wat er gebeurde tijdens de laatste pogrom. (=vervolging)

Dan zegt de wijze, vrome rebbe:

Ik begrijp dit niet en ik heb er genoeg van. Ik onderbreek nu deze dienst en ik maak deze plek hier tot een rechtbank, warain ik God zelf ter verantwoording zal roepen. Het is een zeer groot onrecht dat Hij zijn toegewijde vromen zo laat lijden. Ik accepteer het niet langer. Ik wacht tot God mijn aanklacht tot mijn tevredenheid heeft beantwoord. Pas dan zal ik kaddisj zeggen.’

De rebbe spreekt zijn heftige aanklacht uit en wacht. De gemeente zwijgt in angstige spanning. Uren later is het nog steeds stil. Er is geen antwoord gekomen. Daarop stapt de rebbe uit zijn cirkel, zegt kaddisj en voltooit de dienst.’

M. TreurenIn quarantaine onderweg naar Pasen (11) – God aangeklaagd