Is gezondheid het allerbelangrijkste geworden in de kerk?

op donderdag, 03 juni 2021

Lang geleden had je gemeenteleden die als je hen vroeg waar zij die zondag naar de kerk waren geweest antwoordden: ‘wij luisterden naar ds. Lakerveld’. Ze hadden het bed gehouden, uitgeslapen. Deze week sprak ik een trouw gemeentelid die op bed, met zijn I-pad tussen de lakens de kerkdiensten via de livestream volgt. Je zou dat vooruitgang kunnen noemen.

Toch ben ik blij dat ik als predikant niet kan zien wat er zich in al die situaties afspeelt waar naar de dienst gekeken wordt. Er zullen gemeenteleden zijn die aan het ontbijten zijn, bij de voorbeden de koffie die ze drinken even neerzetten maar tijdens de slotzang in een koek happen. Tieners zijn tegelijk met de dienst bezig met huiswerk, met wiskundesommen, voor kinderen is het helemaal een crime. Kijken zij wel?

Eerbiedig is dit allemaal niet. Ook al zijn er gelukkig veel kerkgangers die alles even laten rusten en zich echt concentreren op de dienst.

 

Kwetsbaar maar ook kostbaar

’t Is een kwetsbaar iets, het uitzenden van diensten. Ons lichaam zit vol censoren die in de ontmoeting met elkaar functioneren. Je ontvangt fysiek veel meer signalen dan je bewust beseft. Volg je een dienst digitaal, maar het geldt net zo goed van een vergadering, een werkoverleg, dan valt er veel weg. Je moet wel enorm je best doen alles goed te volgen. Non verbale communicatie, zoals lichaamstaal valt vrijwel weg.

Ik ben er blij mee dat de livestream in het afgelopen jaar een onmisbare rol heeft gespeeld. Ik sta er van te kijken hoe snel het in veel gemeenten opgepakt is de kerkdiensten in beeld en geluid uit te zenden. ’t Is goed aan de kwaliteit van de uitzending, -wat zie je, hoe is het beeld en hoe wordt er gezongen, gemusiceerd?- ook de komende tijd volle aandacht te geven. Het streamen van diensten is iets dat blijft.

Er is veel tijd, energie en geld in geïnvesteerd. Voor kwetsbare gemeenteleden die eerder op de kerktelefoon waren aangewezen is het een uitkomst. En het bereik dat je als gemeente hebt is vele malen groter dan dat van een ‘gewone’ dienst. Het aantal weergaven bevestigt dat, zeker als je die na een paar uur (‘de zondag rustig beginnen’), een paar dagen of een week later bekijkt. Trouwen en rouwen door de week kun je ook makkelijk volgen.

 

De oer-gemeente

Kijk je nu vanuit dit spanningsveld naar het beeld dat Lucas schetst van Christus-gemeente die op Pinksteren ontstond, dan vallen me een paar dingen op.

‘Ze hielden vast aan de leer van de apostelen en aan de gemeenschappelijkheid, aan het breken van het brood en aan de gebeden’, vertaalt Dr. John van Eck in zijn Bijbelcommentaar op Handelingen. Je krijgt de indruk van broeders en zusters die elkaar voortdurend opzochten (Hdl. 2: 42-47). Dagelijks zelfs. Dit contact is een wezenskenmerk.

Niet dat je dit fundamentalistisch moet opvatten, zo van: ‘wij proberen dit zo letterlijk mogelijk te imiteren’. Dat kan en hoeft niet. Onze leefwijze is radicaal anders. Maar wie denkt dat we kerk-zijn door diensten uit te zenden, heeft het mis. Je zou kunnen besluiten kostbare gebouwen af te stoten en dure predikantsplaatsen op te heffen. Aan een paar aansprekelijke televisie-dominees heb je in feite genoeg. Nee, want zo zijn we geen kerk.

Alleen als gemeenschap zijn we volwaardig kerk, niet als we ondergedoken voor een beeldscherm zitten. De gemeente zoals die door de Geest van de verhoogde Christus geboren wordt, vormt een leefgemeenschap. We hebben elkaar nodig om Jezus te kunnen volgen. Elkaars inbreng, elkaars hulp, elkaars liefde. Het kan in het contact met elkaar wel schuren en pijn doen, maar ook dat hoort erbij: geduld oefenen, leren omgaan met en lijden aan elkaar, van vergeving weten.

 

De landelijke kerk

Ik vind dat de landelijke kerk in het afgelopen jaar meer de overheid dan de gemeente van Christus heeft gediend met de brave inschikkelijkheid waarmee ze aan alle beperkende maatregelen heeft meegewerkt. De Protestantse Kerk was vooral na de herrie over het zingen in Staphorst bang voor haar imago maar sprong niet op de bres om kerkdeuren open te houden, in het overleg met de minister maatwerk te bepleiten en bij de gemeente het besef te wekken dat de coronatijd een beproeving is van ons geloof. Het individualisme dat toch al sterk was heeft ze hiermee gevoed.

Ook de voortdurende focus op het belang van veiligheid en gezondheid ervaar ik als iets misleidends. Je mag verantwoordelijkheid en godsvertrouwen niet tegen elkaar uitspelen, dat besef ik heel goed. Maar dat we in leven en sterven, in gezondheid en ziekte, in rijkdom en armoede het eigendom zijn van Jezus Christus, zoals de Heidelbergse Catechismus zo prachtig voorop zet, lijkt totaal te zijn vergeten. Terwijl juist dat een mens kan troosten, als hij hard in zijn vitaliteit en bestaanszekerheid getroffen wordt.

Over de boventijdelijke rust die de Heer geeft en de vrijheid waarin we ons mogen bewegen heb ik in de hele kerk weinig gehoord. Het geloof van de gemeente heeft er schade van geleden, veel kerkgangers zijn bang. Je zou denken dat alles draait om het zo strict mogelijk in acht nemen van allerlei regels. Is gezondheid blijven het allerbelangrijkste geworden? In de Bijbel heet dat wereldgelijkvormigheid, het is goed ons daarvan te bekeren.

 

Artikel geschreven voor Confessioneel-Credo

M. TreurenIs gezondheid het allerbelangrijkste geworden in de kerk?