De preek over God en lijden

op zondag, 29 maart 2020

bij Matteüs 20:17-34

Leerlingen van Jezus, gasten die met ons meekijken,

Jezus is op weg van Galilea naar Jeruzalem. En hoe dichterbij ze komen, hoe meer mensen Hem volgen. Maar ik denk ook: hoe dichterbij ze komen, hoe meer alleen Hij zich voelt.

Vanaf de eerste stap van deze laatste pelgrimage heeft Jezus zijn leerlingen vertelt wat er zou gebeuren.

Matteüs 16

21Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt.

 Maar zijn leerlingen wilden daar niet aan. Wat Jezus vertelde, botste frontaal met hun ideeën over wat er zou moeten gebeuren.

En die botsing zien we opnieuw plaatsvinden, hier in hoofdstuk 20. Ze zijn waarschijnlijk vlakbij Jericho. Het kruispunt waar pelgrims uit Galilea massaal de afslag Jeruzalem nemen. Om daar met honderdduizenden anderen het Pesachfeest te vieren. Het feest van bevrijding. Bevrijding ooit uit Egypte uit de handen van de farao en de Egyptische afgoden. Bevrijding misschien dit jaar wel, uit de handen van de Romeinen en hun afgoden.

17Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: 18‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen. 19Ze zullen hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met hem zullen drijven en hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal hij worden opgewekt uit de dood.’

Dit is de laatste keer dat Jezus duidelijk kan maken wat er met hem gaat gebeuren. De laatste poging om zijn leerlingen te bereiken. Maar het dringt niet tot ze door. Ze zijn met hele andere dingen bezig. Jezus is alleen.

De moeder van Jakobus en Johannes komt bij Jezus. Ze knielt voor Hem neer. Zoals alle goede moeders probeert ze in moeilijke tijden haar kinderen te helpen om een goede toekomst te vinden. Jakobus en Johannes hebben hun vader Zebedeüs achter gelaten met zijn visserijbedrijf. Ze hebben alles opgegeven om Jezus te volgen. En nu is Jezus op weg naar Jeruzalem om het koningschap over Israël op te eisen. Nu heeft hij betrouwbare ministers nodig om hem te helpen om te regeren. Een sterke minister van defensie aan zijn rechterhand. Een betrouwbare minister van financiën aan zijn linkerhand. En zijn Jakobus en Johannes daar niet het meest geschikt voor?

‘Wat wil je?’ Vraagt Jezus. Ik denk dat Jezus het al weet. Hij zit de ambitieuze blik in de ogen van Jakobus en Johannes. Hij ziet de moedertrots in de ogen van hun moeder.

Geef mijn zonen de beste plekken in uw regering als u zo dadelijk Gods nieuwe koning wordt! U hebt toch betrouwbare dienaren nodig om de Romeinen te verslaan?

Ze zijn samen op weg naar Jeruzalem. Maar ergens hebben Jezus’ leerlingen toch een andere afslag genomen. Ze zijn inmiddels zo ver van elkaar verwijderd, dat Jezus alleen nog in beelden kan spreken om de afstand te overbruggen.

22Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’

 De beker waar Jezus het over heeft is een beeld uit de profeten Jesaja, Jeremia, Ezechiël en uit Psalm 75.

  1. In zijn rechterhand houdt God
    een beker wijn, scherp gekruid.
    Zelfs de droesem schenkt Hij uit
    voor de dwaas die Hem bespot.
    Met de laatste druppel wijn
    zal het recht voltrokken zijn.

De beker wijn is een beeld van Gods oordeel. God is woedend over het onrecht dat mensen elkaar en de schepping aandoen. En daarom geeft hij de zondaars een beker wijn te drinken. Hij voert ze dronken. En dan blijkt wat er van hen over blijft.

Ik zal jullie iets opbiechten: ik ben één keer echt dronken geweest. Ik was 16 en was op een examenfeestje. Er was een drankspelletje met dobbelstenen. Ik weet nog dat ik daar aan mee deed. Heel grappig, want sommige deelnemers hadden niet door dat er werd vals gespeeld.

Het volgende moment dat ik nog weet is dat ik achterop een fiets thuis werd gebracht. Dat ik voor mijn ouderlijk huis de sleutel probeerde in het slot te doen, wat niet zo goed lukte. En ik weet nog dat ik wakker werd met mijn broek achterstevoren aan, waarschijnlijk omdat ik een poging had gedaan mijn pyjamabroek aan te doen. Dat was één keer maar nooit weer.

Als je dronken bent, ben je zwak. Je valt om. Mensen lachen je uit. Je bent hulpeloos. Verloren. Je maakt jezelf te schande.

En dat beeld wordt in de Bijbel gebruikt voor het oordeel van God. Degenen die geweld gebruiken, die nu heel wat lijken voor te stellen, degenen die zwakken misbruiken. Die zullen bij Gods oordeel als dronkenlappen op de grond liggen. Hulpeloos. Kansloos. Beschaamt.

En het bizarre is dat Jezus hier zegt: ik zal die beker leegdrinken. De beker van Gods oordeel, wordt leeggedronken door de Messias. De Vader rijkt de Zoon de beker van Zijn oordeel. Gods Zoon zal worden uitgeleverd, bespot, vernederd als een dronkenlap.

Dat is onbegrijpelijk. De leerlingen snappen er ook niks van. Ze beginnen zelfs ruzie te maken over wie er het dichtst bij Jezus mag zitten als hij Koning wordt. Dus als Hij de beker van Gods oordeel drinkt.

Dat moet voor Jezus een nieuwe klap zijn geweest. Hij vertelt een beeld van het lijden dat Hij zal moeten ondergaan. En zijn leerlingen beginnen ruzie te maken over wie het belangrijkste is.

Jezus legt ze nog maar eens uit hoe het zit. In zijn Koninkrijk wordt alles omgekeerd en rechtgezet. Degene die de belangrijkste wil zijn, moet een dienaar worden. En wie de eerste wil zijn, is een ieders slaaf.

En dan opnieuw:

28zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

 Jezus geeft zijn leven. Als losgeld. Losgeld dat is de prijs die je betaalt om een slaaf vrij te krijgen. Iemand die door armoede of als oorlogsbuit tot slaaf is gemaakt. Die wordt vrijgekocht. Zoals God ooit zijn volk Israël vrijkocht als slaven van Egypte. Zo waren wij slaven van de zonde. Niet in staat ervan los te komen. Klein gehouden, zonder hoop, zonder eer.

Maar Jezus is gekomen om ons los te kopen. En Hij betaalt,               met zichzelf. Hij neemt onze plek als slaaf over. Hij werd klein, wij werden groot. Hij nam de wanhoop op zich om ons hoop te geven. Hij werd beschaamd, wij ontvingen de eer die hem toe komt.

Jezus drinkt de beker van Gods oordeel en woede. Jezus wordt een slaaf om ons vrij te maken. God keert alles om in Jezus. God maakt alles weer recht. Zo lief had God de wereld. Zo lief had God de Vader ons.

 

 

En die grote omkering, zien we terugkomen in dat kleine verhaal van die twee blinde bedelaars.

Jezus en zijn leerlingen zijn door Jericho getrokken. Ze zijn begonnen aan de weg, bergopwaarts, naar Jeruzalem. En bij het verlaten van de stad klinkt er geschreeuw:

30 Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!

Twee blinde bedelaars. Misschien hebben ze verhalen gehoord over Jezus, en geloven ze dat Hij de Messias is. Misschien zijn ze uit op zijn geld. Want een echte koning van Israël moet zorgen voor de zwakken. Dus die heeft er belang bij om publiekelijk te laten zien hoe gul hij is. Door hard te schreeuwen dwingen ze Jezus om zijn ministers van financiën te sturen met een geldbuidel.

De omstanders vinden het maar niks. Die blinde bedelaars passen niet in hun ambitieuze mars op Jeruzalem. Dat geschreeuw verstoort de feestvreugde. Hou je mond! Reageren ze fel naar de blinden.

Maar die schreeuwen nog harder: 31Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’ 

Jezus roept hen bij zich. En opnieuw klinkt die vraag: ‘wat wil je?’. Nou wat wil een blinde bedelaar? Geld natuurlijk. En het liefst wat meer dan een aalmoes.

Maar iets in Jezus vraag heeft hen getriggerd. Om meer te vragen dan het gewone. Om hun diepste verlangens bloot te leggen: Heer, open onze ogen!’ 34Jezus? kreeg medelijden en raakte hun ogen aan. Meteen konden ze weer zien en ze volgden hem.

 Jezus krijgt medelijden. Hij werd bewogen. Daaruit spreek Gods liefde voor de zwakken, voor de kwetsbaren, voor degenen die lijden. Jezus raakt hun ogen aan. Hij raakt hen in hun kwetsbaarheid. En Hij geneest hen.

Het lijden van deze blinde bedelaars, raakt aan het lijden dat Jezus voor zichzelf aan voelt komen. Het raakt aan het lijden dat wij in deze tijd allemaal doormaken. We zijn nu allemaal een beetje bang voor wat de toekomst ons gaat brengen. Net als Jezus. We voelen ons allemaal een beetje alleen. En ik denk dat we allemaal ook wel vragen hebben in deze tijd. Waar is God? Waarom laat God dit coronavirus zo zijn gang gaan? Waar is God, als corona patiënten in het ziekenhuis snakken naar adem? Waar is God, als wij geen uitweg zien, geen hoop?

Het bizarre antwoord dat we vinden in dit Evangelie is dat God er juist ook is in het lijden. Zoals Jezus medelijden voelt met die twee blinde bedelaars, zo voelt God medelijden met ieder mens die lijdt. De eenzaamheid die wij nu voelen, raakt aan de eenzaamheid die Jezus heeft gevoelt, Hij die zelfs door God verlaten werd.

God is erbij als wij het lijden ondergaan. Jezus zelf heeft het lijden op zich genomen. Een lijden dat nog veel verder ging dan ons lijden. Hij heeft al het kwaad op zich genomen. De beker van Gods oordeel leeggedronken. Hij is een slaaf geworden, om ons vrij te kopen. Hij is vernederd, gemarteld, stierf de meest verschrikkelijke dood. Hij kwam om door ademnood. Waar is God? God is waar het lijden is. Waar de schepping zucht.

En God gebruikt ons als zijn dienaren, om er te zijn waar mensen lijden. Om vol te houden als je werkt in de zorg. Om op je post te blijven, als je nu werkt als vakkenvuller. Hij werkt door jou heen, als je iemand die de deur niet meer uit mag opbelt. Hij geeft wijsheid en inzicht aan wetenschappers en politieke leiders. God Geest geeft creativiteit om in het lijden iets nieuws en goeds te laten ontstaan. Gods Geest geeft trouw en kracht om in het lijden vol te houden.

God is in dit lijden misschien wel zichtbaarder en tastbaarder dan voor deze crisis. Hij raakt ons in onze kwetsbaarheid. Hij opent ons de ogen. Hij roept ons om Hem nu te volgen. Juist nu. Op weg naar Gods koninkrijk. Van liefde en dienstbaarheid. Amen.

RobertDe preek over God en lijden