Delfgauw, 30 november 2025
Voorganger: ds. Susan Karreman
Lezingen: Jesaja 58:6-12, Mattheüs 24:32-44
Vandaag wordt ons het hoopvolle teken van de vijgenboom aangereikt. Met de heerlijke vruchten. Ik heb begrepen dat nogal wat tuinders van deze gemeente deel uit maken en u zal dat beeld vast aanspreken. Maar dat neemt niet weg dat wat er gebeurt in onze wereld vaak ver af staat van de liefelijke vijgenboom. En dat het ons vaak beangstigt en verbijstert. En als we nu dachten in de bijbel alleen vriendelijke en geruststellende woorden te lezen dan hebben we het mis. Ook in de evangeliën staan beangstigende woorden. De bijbel is geen boek met alleen maar roze teksten. Het gaat niet alleen over vrede en geluk. Voor de mooie woorden over de vijgenboom die de zomer aankondigt, en waarmee wij onze lezing begonnen, worden in de tekst angstbeelden opgeroepen van de zon die verduisterd zal worden en de maan die geen licht meer zal geven. Over sterren die uit de hemel zullen vallen en hemelse machten die zullen wankelen. Over oorlogen en opgejaagd en vervolgd worden.
Geen beelden om vrolijk van te worden. En ook na de haast romantische woorden over de vijgenboom worden beangstigende dingen gezegd over twee mensen die op het land aan het werk zijn. En de één wordt achtergelaten en de ander meegenomen. Over twee vrouwen die samen aan de molen draaien, de één wordt weggenomen en de ander achtergelaten. Vooral die laatste woorden kunnen angst oproepen. Een vrouw vertelde eens hoe ze in een zeer godsdienstig gezin was opgevoed met de dreiging: Als jij niet heel erg je best doet en gehoorzaam bent dan word jij achtergelaten. Dan gaan opa en oma en papa en mama en je zusjes allemaal mee en jij wordt achtergelaten op het lege land. Ze heeft er een levenslange verlatingsangst aan over gehouden.
Maar Jezus wil nu juist geen angst oproepen met zijn woorden. Hij wil de mensen voorbereiden op alles wat er mogelijk nog gaat gebeuren. Hij wil hen weerbaar maken. Hij zegt: Als je dit alles ziet en meemaakt. De verschrikkingen in deze wereld, al je angsten. Als je daarmee wordt geconfronteerd kijk dan naar de vijgenboom. Tegenwoordig is de vijgenboom in het tuincentrum te koop dus we kunnen er allemaal een kijkje gaan nemen. En die liefelijke boom eens goed bekijken. In de zomer komen er heerlijke vruchten aan. Hoe ver staat deze boom af van de verschrikkingen waar we allemaal bang voor zijn. De vijgenboom en de wijnrank zijn in de Bijbel symbolen voor vrede en welvaart. Jezus vraagt een soort geestelijke acrobatiek van ons als hij zegt: Als die rampen en nare dingen gebeuren zou je die kunnen zien als een vijgenboom die op uitbotten staat. Als je goed kijkt kun je het begin van de heerlijke vruchten al zien hangen die er straks aan komen. We worden dus aangemoedigd om door de dingen heen te kijken en te gaan begrijpen wat er werkelijk speelt.
Jezus zegt: word wakker, wees waakzaam want jullie leven allemaal in een soort droom, in een roes. Net zoals in de tijd van Noch vlak voor de grote overstroming. Net zoals in iedere tijd. Mensen laten zich verdoven. We leven ons bestaan vaak met oogkleppen op. Misschien uit angst, misschien uit gemakzucht. We klagen over alles wat minder wordt en slecht gaat. We zijn ongelukkig over de minpunten in ons leven. Maar we nemen niet de moeite om echt te kijken. Om onze ogen werkelijk open te doen en te zien wat er in werkelijkheid speelt in deze wereld en in onze levens. We durven niet de uitbottende vijgenboom te zien in wat ons benauwt en beangstigt. Maar dat is ook best veel gevraagd. Om in alles wat zo vreselijk misgaat al het uitbottende groen van een vijgenboom te zien. Toch worden we hiertoe opgeroepen. Jezus zegt meerdere malen in de evangeliën dat dat wat verborgen is geopenbaard moet worden. Ik denk dat we dat nu in onze wereld zien. Dat conflicten tussen volken, rassen en godsdiensten niet langer verborgen blijven onder een dunne laag van beschaving. Maar dat ze aan het licht komen. Dat het egoïsme, de onverschilligheid en de haat waardoor wij mensen gedreven kunnen worden niet langer met een fondantlaagje worden bedekt. Als je iets wilt veranderen moet het eerst aan het licht komen. Misschien kunnen we het zien als een noodzakelijk kwaad dat dat allemaal naar boven komt. Zodat we het uiteindelijk kunnen gaan oplossen. Misschien kunnen we de moed vinden om al wat hele kleine blaadjes groen te gaan vermoeden aan de kale boom. Dat neemt niet weg dat het leed en het verdriet dat sommige mensen, sommige volken moeten ondergaan hemeltergend is. En daar moeten we ons zeker door laten raken en er niet onverschillig onder worden.
Maar houd je vooral niet bezig met wanneer deze wereld zal eindigen, zegt Jezus. Dat is zinloos. Niemand weet wanneer het is. Jezus zelf heeft zich hierin ook vergist als hij er toch een een nog vrij algemene uitspraak over doet. Hij zegt dat zijn eigen generatie niet verdwenen zal zijn voordat het einde zal komen. Dus hij verwachtte binnen zo’n vijftig jaar het einde zich wel zou aankondigen.
Inmiddels zijn we vele, vele generaties verder. In vele tijden hebben mensen gedacht dat het einde nabij was. Ook in onze tijd denken velen dat we in de eindtijd leven. Dat kan zo zijn, we weten het niet. En als het zo is dan kan het toch nog een periode van eeuwen zijn. Want het koninkrijk van God breekt pas in al haar volheid door als wij mensen eindelijk koningskinderen zijn geworden. Als we mensen van vrede en liefde zijn en elkaar niet meer naar het leven staan. Ik schat zo in dat we daar nog wel wat tijd voor nodig hebben. Jezus roept op tot waakzaamheid. En daarmee bedoelt hij niet: gespannen er mee bezig zijn wanneer Jezus terugkomt. Maar wakker worden voor hoe jij mens kunt zijn.
Word wakker, blijf wakker en doe eenvoudig wat moet worden gedaan. Laat je geen angst aanpraten. Want deze wereld is nu eenmaal een plek van licht en duister. Van tedere liefde en van ijzingwekkende haat. Van stralende gezondheid en slopende ziekte. Van briljante denkers en van mensen die verdwalen in het onbarmhartige doolhof van Alzheimer.
De diepere zin van dit alles kunnen wij niet zomaar ontdekken. Met al ons denken niet, met al onze voortschrijdende, hoogtechnologische kennis niet.
Maar we kunnen wel iets doen. We kunnen om te beginnen in onszelf het vertrouwen ontwikkelen en koesteren dat het allemaal ergens op uitloopt. Zoals Jezus dat zo sterk had. Het vertrouwen dat er een diepere zin verborgen ligt in de vaak zo wrede raadselen van dit bestaan ook al zien we die zin niet. We kunnen steeds weer het licht van de hoop ontsteken. Daar is deze adventstijd bij uitstek geschikt voor. Terwijl het steeds vroeger donker wordt, ontsteken we steeds meer lichtjes, thuis en in de kerk. We verheugen ons misschien op het kerstfeest. Hoewel dat zeker niet voor iedereen een feest zal zijn. Velen zullen zich eenzaam voelen, velen zullen een geliefd mens juist dan zo vreselijk missen. Sommigen zullen aan een lange tafel dineren waar de schone schijn wordt opgehouden maar de echte warmte ver te zoeken is. Daarom ben ik zo blij dat de adventstijd niet alleen over het toeleven naar kerstmis gaat. Want we weten dat ook op kerstmorgen er mogelijk bommen zullen vallen op flatgebouwen in Oekraïne. Dat velen daar in de kou zullen zitten en dat Palestijnen moeten overleven in tentjes. Dat in Soedan het moorden onverminderd doorgaat. Advent gaat vooral over het verwachten van een goede toekomst voor allen. Als eindelijk het rijk van vrede aanbreekt. Mensen dromen graag zo onderweg naar Kerstmis over al het moois wat hopelijk nog in hun leven gaat plaatsvinden. En dat mag. Droom vooral want dat hebben wij mensen nodig. En niet alle dromen zijn bedrog. Maar in de gemeente van Christus mogen we elkaar ook oproepen om niet alleen te dromen maar ook het visioen levend te houden. In het Bijbelse boek Spreuken staat: Waar het visioen ontbreekt verwildert het volk. Helaas zien we dat nu gebeuren. Nu de schaamte lijkt te verdwijnen om openlijk egoïstisch te zijn. Een visioen gaat niet alleen over jezelf. Daar is geen sprake van eigen volk eerst. Een visioen omvat een mooie toekomst voor ieder en alles wat leeft. De profetieën in het Oude Testament staan er vol van. Zo zegt de profeet Micha dat ooit ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom door niemand opgeschrikt. Tot die tijd is het belangrijk om waakzaam te zijn. Dat betekent niet alleen je niet door angst te laten meeslepen en proberen om achter de ellende al het groen van de nieuwe tijd te zien ontspruiten. Het betekent ook opmerkzaam zijn op elkaar. Waken over elkaar. Dan komen we bij de tekst uit Jesaja terecht. De woorden die we lazen gaan waarschijnlijk over de tijd na de Babylonische ballingschap. Velen waren weggevoerd en moesten leven op vreemde grond. En hoe hartstochtelijk was het verlangen naar Jeruzalem en naar het eigen land. En dan zijn ze teruggekomen, eindelijk. Ze hebben het gezongen vele jaren lang. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap dat zal een feest zijn. We zullen zingen, dansen, gelukkig zijn. Maar nu lopen ze door de straten van de heilige stad Jeruzalem. Het ziet er troosteloos uit. Veel kapotte gebouwen. Waarom zijn die nog niet hersteld. Er is geen tempel meer. En in de tuinen van sommige huizen staan afgodsbeelden waar bloemen bij liggen en fruit. Ze hadden het heus niet slecht daar in Babylonië maar ze zaten wel vast. En het heimwee naar de heilige stad bleef. Maar nu, niemand heet hen zelfs maar welkom. Dat is de achtergrond van de woorden in Jesaja 63. Een beetje te vergelijken met de Joodse mensen en anderen die de gruwelen van de concentratiekampen hadden meegemaakt. Die het wél verschrikkelijk slecht hadden gehad. En toen ze terugkwamen was er geen hartelijkheid, geen begrip voor hun onvoorstelbare lijden. Sterker nog, hun huizen waren in beslag genomen en ze konden nergens heen. De mensen die terugkeerden uit de ballingschap deden alles om het leven weer beter te maken. Ze baden, ze vastten heel veel. Maar dan krijgen ze van de profeet te horen dat God vóór alles wil dat ze waakzaam zijn op elkaars lijden en verdriet. En dat proberen te verlichten. Dan komt de rest ook vanzelf goed. Het zijn de dingen die ook in het christendom altijd geleerd zijn: verdrukten bevrijden, je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen en het kleden van de naakte. Dan breekt je licht door als de dageraad. Dan zal de Heer je voortdurend leiden, zegt de profeet. Jouw licht zal in het donker schijnen en jouw duisternis wordt als het licht van het middaguur. Het is van een heerlijke eenvoud en tegelijk is het het moeilijkst wat er is. Om rustig te blijven en eenvoudig te doen wat je kunt voor de mens die op jouw pad komt. Het zal in de komende tijd steeds meer de boodschap van de kerken moeten zijn want we leven in gure tijden. Niet het eigenbelang voor op maar samen mens zijn voor Gods aangezicht.
Tot slot kom ik nog een keer terug op de vijgenboom. Want ik kan u daar een mooie herinnering over vertellen. Mijn opa was hoofd van de school met den bijbel in een dorp bij Rotterdam. Hij woonde met zijn gezin in het grote huis naast de school. Met een enorme tuin er om heen waar van alles groeide en bloeide. Maar toen hij met pensioen ging moest hij het schoolhuis uit en kwam samen met oma in een rijtjeshuis terecht met een kleine tuin. En het eerste wat hij deed was een kleine kas neerzetten. En daar ging hij van alles kweken. O.a. een vijgenboompje. Hoe hij daaraan kwam weet ik niet want ze waren toen nog niet massaal te koop zoals nu. Maar hij was er ontzettend trots op en verzorgde het alsof het zijn kind was. Hij nam ons als kleinkinderen altijd mee naar de kas met zijn maatstok in de hand en dan was hij zeer gelukkig als het boompje weer een centimeter gegroeid was. Maar vruchten kwamen er niet aan. Dat duurde een paar jaar. En wat was hij gelukkig toen hij eindelijk het eerste begin van de vruchtjes zag. In die zomer rijpten er een paar.Hij plukte ze met grote eerbied. En de mooiste deed hij in een zakje en zei tegen ons als kleinkinderen: Breng dat naar de mensen in het Ambonnezenkamp. De Ambonnezen waren en zijn eigenlijk ook in ballingschap en wachten nog altijd op een eigen staat die Nederland had beloofd na de onafhankelijkheid van Indonesië. Er was een kamp gevestigd grenzend aan opa’s achtertuin. Geef hun de vruchten want zij hebben zo’n heimwee, zei opa. En de vruchten uit een warm land kunnen misschien een beetje troost geven. Dit is wat in een notendop van ons wordt gevraagd in donkere tijden: Raak niet in paniek, begrijp dat duisternis aan het licht moet komen. En waak over jouw hart, zodat het niet versteent en open blijft voor wie jouw hulp zo nodig heeft.
Zonder zijn licht waren wij geboren om elkander uit te moorden. Niet om te horen bij elkaar. In zijn licht ben ik hoeder van mijn broeder. Zijn last is licht. Zonder zijn licht waren wij geboren om de hemel te bestormen. Niet om te horen bij elkaar. In zijn licht zal ik de aarde in liefde bewaren. Zijn last is licht. Zonder zijn licht waren wij geboren enkel voor onszelf te zorgen. Niet om te horen bij elkaar. In zijn licht zijn wij allen geborgen. De dag van morgen draagt zijn gezicht.
— ds. Susan Karreman
