Pasen in KerkDelfgauw

De preek van Pasen

op zondag, 16 april 2017

Medeleerlingen van Jezus,

Ik was diep teleurgesteld. Kapot. Gesloopt. Al mijn dromen, al mijn hoop, het was weggeslagen.

Ik dacht echt dat Jezus het was. De Messias. De door de profeten beloofde held die er voor zou zorgen dat alles goed zou komen. Hij was zo vol liefde. Hij zei zulke wijze dingen. Hij had altijd een scherp antwoord als onze leiders met hem in discussie gingen. We dachten dat Jezus ons zou redden.

Maar toen begon hij te spreken over zijn einde: in Jeruzalem zal ik sterven. We namen het niet zo serieus. Maar opeens was het zover. Jezus hing aan een kruis. De man die ons moest redden. Op wie ik al mijn hoop had gevestigd. Hij werd gedood aan een kruis. Wat een nederlaag. Boven zijn hoofd hing de tekst: Jezus van Nazareth, koning der Joden. Maar dan wel een dode koning. Al mijn hoop was verdwenen.

Twee dagen later gingen we naar het graf toe. Om hem de laatste eer te bewijzen. Om te kijken bij zijn graf. Het was zondag, de eerste dag, de dag waarop God ooit was begonnen met het scheppen van de wereld. De eerste vogels begonnen met fluiten. De zon kwam langzaam op. Maar zijn stralen konden mij niet verwarmen.

Plotseling begon de aarde te trillen. Het was de grootste aardbeving die ik ooit had meegemaakt. De aarde schudde op haar grondvesten. De wereld stond op z’n kop. We zagen een engel in stralend witte kleren de steen wegrollen. Hij ging erop zitten. De bewakers, die ervoor moesten zorgen dat Jezus’ lichaam niet uit het graf werd meegenomen, werden lijkbleek en zakten in elkaar.

De engel zei: wees niet bang, Jezus is opgestaan. Ga en vertel het aan zijn vrienden.

Jezus, opgestaan.

Opgestaan? Weet je, bijna elke Jood gelooft dat de mensen ooit zullen opstaan. Als God alles goed maakt aan het eind van de tijd. Dat zullen de mensen van God een nieuw lichaam zullen krijgen en in Gods nieuwe wereld mogen wonen. Dan zal alles goed zijn en wordt de wereld voltooid. Dan is het kwaad, de dood verslagen. En is er voor altijd vrede.

Maar Jezus, opgestaan, nu al, als eerste van de mensen?

Als dat eens waar zou zijn. Dat zou bijzonder zijn! Dan had hij gelijk. Dan was hij inderdaad de Messias, de Zoon van God. Dan was zijn dood aan het kruis geen nederlaag, maar een overwinning! Dan was zijn dood niet het einde, maar een nieuw begin. Dan had de liefde het gewonnen van het kwaad. Dan was het licht sterker dan de duisternis. Dan is God trouw geweest aan zijn verbond met ons. Dan is Jezus de echte koning van de wereld! Dan is Gods koninkrijk al begonnen. Dan is Jezus de Heer van de wereld, en zijn alle andere machthebbers maar kleine nep-machthebbers. Dan zijn we geen slaven meer van de zonde, maar vrije mensen! Dan is God in Jezus begonnen om de wereld te herscheppen. Dan heeft al onze liefde en hebben al onze goede daden zin.

Ik wist niet wat ik er van moest denken. Alles wat ik tot dan toe had geloofd stond op zijn kop. Snel renden we naar de andere leerlingen van Jezus om het te vertellen.

We hadden net honderd meter gerend, toen er iemand ons tegemoet kwam. Het was Jezus! Het was hem echt! We botsten bijna tegen hem op. We zagen de wonden in zijn handen en voeten van de kruisiging. We knielden aan zijn voeten neer en hielden hem aan zijn voeten vast. Jezus zei: Wees blij! Wees niet bang! Vertel mijn vrienden dat ze mij zullen ontmoeten als ze naar Galilea komen.

Wat wij hier mee gemaakt hebben is te bizar voor woorden. Het is niet te geloven.

Ook in mijn tijd kon niet iedereen het geloven.

11De vrouwen gingen op weg naar de ?leerlingen. Intussen gingen een paar van de ?soldaten? die het ?graf? moesten bewaken, naar de stad. Ze vertelden alles wat er gebeurd was aan de ?priesters.

12Toen maakten de ?priesters? en de leiders van het volk een plan. Ze besloten om de ?soldaten? veel geld te geven. 13Ze zeiden tegen hen: ‘Jullie moeten vertellen dat de ?leerlingen? het lichaam van ?Jezus? gestolen hebben. Zeg maar dat ze ’s nachts gekomen zijn, terwijl jullie sliepen. 14Als ?Pilatus? ervan hoort, gaan wij wel met hem praten. Wij zorgen ervoor dat jullie geen problemen krijgen.’ 15De ?soldaten? namen het geld aan, en deden wat de ?priesters? gezegd hadden.

Onze leiders hadden geen trek in dit verhaal. Een opgestane Heer, een Messias, het zou ze hun macht en positie kosten. Nee, liever alternatieve feiten dan een ongemakkelijke waarheid.

Maar ook niet alle vrienden van Jezus konden het geloven:

16De elf ?leerlingen? gingen naar Galilea, naar de berg die ?Jezus? hun had genoemd,17en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18Jezus? kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.19Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn ?leerlingen, door hen te ?dopen? in de naam van de Vader en de Zoon en de ?heilige? Geest, 20en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

 Zelfs toen ze Jezus zagen, twijfelden sommigen nog of ze hun ogen wel konden geloven. Laat dat een troost zijn voor iedereen van jullie die twijfelt. Je bent in goed gezelschap en Jezus gaat je er niet voor veroordelen.

Maar je hoeft niet te twijfelen. God heeft een nieuw begin gemaakt. En jij mag daarbij horen. Gods nieuwe wereld is met Pasen doorgebroken. Gods nieuwe wereld is een wereld van liefde, van licht, van trouw, van vrijheid, van herschepping. Als de wereld door God wordt voltooid komt Jezus terug, en wordt alles weer helemaal goed. En tot die tijd mogen wij meedoen in Gods nieuwe wereld.

Alles wat jou klein maakt, heeft Jezus verslagen. Bij mij, Maria van Magdela, heeft Jezus zeven demonen uitgedreven. Misschien wordt jij klein gehouden door verslaving, door negatieve gedachten, door angst, doordat je de verkeerde dingen belangrijk hebt gemaakt in je leven. Van al die dingen wil en kan Jezus je bevrijden. Want aan Hem is alle macht gegeven! Hij is de Heer van de wereld.

En houd vooral vast aan die laatste woorden van Jezus: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Jezus is bij je. Hij is Immanuël, God met ons. Hij is er bij als je verdriet hebt, als je eenzaam bent, als je moet lijden. Hij is er bij als je twijfelt. Hij is erbij als je grote vragen hebt. Hij is erbij als je grote keuzes moet maken. Hij is erbij als je midden in je praktijkexamen zit. Hij is erbij als je van het leven geniet. Hij is erbij als je moet sterven. Hij is er altijd bij, tot aan de voltooiing van de wereld. Hij is opgestaan uit de dood. En daarom is Jezus er altijd bij. Hij is de Heer van de wereld.

Amen.

RobertDe preek van Pasen