De preek van startzondag: ‘opzouten’

op zondag, 11 september 2016

Gemeente, gasten in ons midden,

Ik denk dat veel van jullie de Bijbeltekst van vandaag wel eens hebben gehoord. ‘Jullie zijn het zout van de aarde’. Het is een tekst die voor sommigen misschien zo bekend is dat hij zijn smaak al heeft verloren. Maar als je goed kijkt naar dat Bijbelse beeld van ‘zout zijn’, dan kom je er achter dat het eigenlijk nog best ingewikkeld is. Want op welke manier moeten wij dan zout zijn? Wat is zout zijn? Wat is het kenmerk van zout?

En het is daarbij belangrijk om je te beseffen dat zout in de tijd van de Bijbel heel anders was dan zout voor ons is. Natuurlijk, zout smaakt nog steeds zout. Maar veel kenmerken waren in de tijd van de Bijbel toch heel anders. Zout is nu super goedkoop. Het kost nog minder dan vijftig cent per kilo.

En onze eerste associatie bij zout is nu negatief. Zout doet snel denken aan dat de voedingsmiddelenindustrie overal te veel zout in stopt. 85% van de Nederlanders eet meer zout dan goed voor je is.

En zout is ook typisch iets dat heel lang in je keukenkastje staat. Je kunt het super lang bewaren in de verpakking. Het bederft niet ook al laat je het nog zolang staan.

En deze drie dingen werkten in de Bijbel helemaal anders. Zout was juist heel kostbaar. Denk maar aan het woord ‘salaris’. Dat komt van het Latijnse woord ‘sal’ dat betekend ‘zout’. In de tijd van de Bijbel werden mensen wel eens uitbetaald in zout. Zo kostbaar was het.

En een van de redenen dat zout zo kostbaar was, is dat het een van de weinige manier was om eten te bewaren. Er waren nog geen kruiden uit het verre oosten. Er waren nog geen vriezers of steriele verpakkingen. Zout was de enige en dus een kostbare manier om eten houdbaar te maken.

En het zout zelf zat ook anders in elkaar. In Israël kwam het zout uit de buurt van de Dode Zee. Op de beamer zie je twee toeristen voor de Dode Zee staan. Dat zout uit de buurt van de Dode Zee was niet helemaal zuiver. Als het werd afgegraven, zat  het zout vast aan algen en mineralen uit het water. Dat betekent dat als je het zout lang bewaarde, dat het dan langzaam zijn smaak verloor. Als het te lang niet gebruikt werd, verloor het zijn waarde en kon je er niks nuttigs meer mee doen.

Dus als Jezus het woord zout gebruikt, dan bedoelt hij iets dat kostbaar is, dat bedoelt is om iets anders te bewaren, en dat echt gebruikt moet worden want anders verliest het als snel zijn functie.

En Jezus zegt dus tegen wie naar hem luisteren: ‘jullie zijn het zout van de aarde’. En als je even stilstaat bij wat nou de functie was van zout in Jezus’ tijd. Dan kom je er al snel achter dat ‘zout van de aarde’ zijn een opdracht was die eigenlijk al vóór Jezus’ tijd bestond. Het staat nergens letterlijk zo in het Oude Testament, maar ‘zout van de aarde’ zijn is een beeld voor wat Gods bedoeling was met Israël. God had het volk Israël uitgekozen en gezegd:

Jesaja 43 4 ‘Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je.’

En God had Israël niet zomaar uitgekozen:

Genesis 12 2 ‘Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. 3 Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. Door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’

Dus Israël was kostbaar in Gods ogen en bedoeld om tot zegen te zijn voor alle volken. Net zoals zout kostbaar was in de tijd van de Bijbel. En zout bedoeld was om ander voedsel te bewaren.

Maar het probleem was dat die roeping van Israël hopeloos was mislukt. Ze waren geen smaakmakers in de wereld. In Israël was er net zoveel onrecht als bij andere volken. De armen, weduwen en wezen werden net zo hard onderdrukt als bij andere volken. En Israël probeerde niet een voorbeeld te zijn voor andere volken, maar zag hen juist als bedreiging. Israël was geworden als samengeklonterd zout. Gericht op zichzelf, alleen maar bezig met de eigen problemen. Ze hadden hun functie om andere volken tot zegen te zijn helemaal verloren.

 

Maar dan komt Jezus. De Zoon van God. De Messias. De verpersoonlijking van hoe Israël wel zou moeten zijn. Jezus was kostbaar in Gods ogen. Hij was een zegen voor alle mensen die door hem gezegend wilden worden. Hij sloot zich niet op in zichzelf, maar deelde rijkelijk uit van Gods genade. Jezus zelf is het zout voor de wereld.

En om wat Jezus heeft gedaan. Vanwege zijn leven, zijn lijden, zijn sterven en opstanding. Daarom noemt Hij ons nu het zout van de aarde. God heeft ons in Jezus uitgekozen om zout te zijn. We hoeven het niet te worden, we zijn het al. Niet omdat wij zo speciaal zijn, maar om wat Jezus voor ons heeft gedaan. Omdat God in Jezus bij ons is komen wonen. Omdat Jezus door zijn Geest in ons woont. Daarom zijn wij als volgelingen van Jezus het zout van de aarde.

We zijn als het zout van de aarde kostbaar in Gods ogen. God houdt van ons. Zijn liefde is oneindig groot. Niet te bevatten. Niet te beschrijven. Niet in een zoutbusje op te sluiten. Ook voor jou en mij geldt dat God zegt:

‘Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je.’

 

En die liefde van God voor ons is te veel om voor onszelf te houden. We zijn geroepen om er van uit te delen. Om als zout de hele wereld weer op Gods smaak te brengen. We hoeven de wereld niet te redden, dat heeft Jezus als gedaan. Maar we mogen wel de smaak van het Koninkrijk van God doorgeven.

En daarbij is het belangrijk dat we elkaar blijven opzoeken. Maar niet samen  klonteren. We moeten telkens weer terug komen bij elkaar. Om ons op te laden aan het Woord van God. Om elkaar te ontmoeten en elkaar te inspireren. Grijp toch die kansen door God u gegeven. Alle plekken en activiteiten die zo bij de workshops gepresenteerd worden.

Maar we moeten het daar niet bij laten. Alleen samen komen is niet goed. We mogen daar ook weer van uitdelen aan de mensen om ons heen. Pas dan zijn we zout voor de wereld, voor de mensen die we tegenkomen. Als we dat niet doen en we houden het lekker veilig en gezellig onder elkaar, dan lijken we niet op zout maar op zout zonder smaak. Zout dat te lang niet is gebruikt. Dan dienen we nergens meer voor.  Uitdelen van Gods liefde hoort er helemaal bij. En al die verschillende zoutkorrels die wij zijn komen pas echt tot hun doel, als we allemaal uitdelen van Gods liefde.

In die zin is onze roeping als kerk: ‘opzouten en wegwezen’. Telkens weer stil staan bij het Woord van God. Bij Zijn oneindige liefde. Dat wij kostbaar zijn in Zijn ogen. Dan komen we weer op smaak. Maar na dat opzouten moeten we weer wegwezen. De wereld in, de werkweek in, de scholen in, de ontmoetingen in de buurt in. Om daar zout te zijn. Getuigen van Gods grote liefde en zijn genade. Amen.

RobertDe preek van startzondag: ‘opzouten’