Inleiding 9 mei j.l. meldde het Reformatorische Dagblad (RD) dat de stichting ‘Pioniers in Zuid’ in Heerlen en Sittard (Limburg) kerkdiensten zijn begonnen. Ds. Den Hertog (CGK), daar werkzaam, zegt in dat artikel: ‘Het is een goede tijd om in Nederland te evangeliseren. Er is meer openheid voor het Evangelie dan pakweg twintig jaar geleden. Veel kerken zijn nog te veel naar binnen gekeerd. Het besef ontbreekt nog te vaak dat God gewone christenen wil gebruiken voor evangelisatie’. Daarover gaat het in de preek: dat God gewone mensen wil gebruiken in Zijn dienst, in Zijn oogstgebeuren.
Verkondiging
Gemeente van Jezus Christus,
Ons kerkzijn en ons christenzijn wordt o.a. gestempeld door Pasen en Pinksteren. Pinksteren is het feest van de Geest. De Geest van Christus. Die Here is en levend maakt.
De Geest legt in ons hart de geloofsverbinding met Christus. Hij verbindt ons ook aan elkaar en met de ander. De Heilige Geest zet ons (individueel en samen) in beweging voor God en voor zijn Koninkrijk.
Pinksteren is van oorsprong een oogstfeest. Het einde van de tarweoogst. In Handelingen 2 merk je dat de Eerste Pinksterdag ook in geestelijk opzicht een oogstgebeuren is: ongeveer 3.000 Joden aanvaarden Jezus als Messias. Later 5.000. (Handelingen 4, 4). Vóór Pinksteren heeft de Here Jezus dit oogstgebeuren al benoemd. O.a. in het gelezen Bijbelgedeelte, Matteüs 9, 35 – 10, 15. ‘De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Here van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt’.
God is aan het oogsten. De Here God is bezig de oogst binnen te halen. Toen en nu. Vandaag. Misschien is dat voor u, voor jou wat verwarrend taalgebruik. Want de dag van Jezus’ wederkomst is toch de dag van de (grote) oogst? Dat ook, maar het is meer. Breder. Heel de eindtijd is oogsttijd. In het Oude Testament wordt dat al geprofeteerd.
Vanuit het Oude Testament bezien is de eindtijd aangebroken met de komst van de Here Jezus naar deze aarde (Handelingen 2, 16-17). Heel de tijd tussen eerste komst en wederkomst noemt de Bijbel ‘eindtijd’. Dat betekent dat zowel de uitzending van de 12 discipelen, alsook (later) de uitzending van de 72 (Lucas 10, 1-2), alsook de zendingsopdracht van Mt. 28, 19-20 in de context staan van het ‘laatst der dagen’. Daarmee is het geladen taal, maar vooral gekwalificeerde tijd.
‘Zending is niet alleen een voorspel op het einde, maar maakt zelf deel uit van een serie gebeurtenissen die horen bij het ‘einde’.
Dat betekent dat de eschatologische oogst niet pas in de toekomst plaatsvindt, maar hier en nu al gebeurt: in het optreden van Jezus en zijn discipelen en later in het optreden de apostelen. En nu door de hedendaagse volgelingen van Jezus. Door ons dus.
God is aan het oogsten. Hebben wij dat door? Wat zien, horen, merken wij daar van? Trans Word Radio (TWR) meldt dat o.a. in de Oekraïne, in Afghanistan en in Iran veel mensen de Here Jezus leren kennen (vaak via dromen) en tot geloof komen.
Gereformeerde ZendingsBond (GZB) constateren kerkgroei in India. Over Turkije zeggen zij: ‘Er is meer openheid voor het Evangelie. De kerk groeit daar’.
In eigen land merken we breed, maar vooral onder jongeren (Generatie-Z) een ‘hernieuwde ernst’. Belangstelling voor het christelijk geloof en voor de kerk. Er is tegenwoordig een grote vraag naar Bijbels. ‘Vlaamse jongeren vragen weer vaker om de biecht’ (Nederlands Dagblad, 29 april 2026). Veel jongeren zijn met of rond Pasen gedoopt en hebben belijdenis gedaan. Vaak jongeren met een niet christelijke achtergrond. Ook de Volkskrant is dat niet ontgaan. Zij hebben er 9 mei j.l. een heel mooi en uitgebreid artikel aan gewijd in ‘Volkskrant Magazine’. In Frankrijk komt er elke tien dagen een evangelische gemeente bij (RD 7 mei j.l.).
Heel de tijd tussen Jezus’ eerste komst en Zijn wederkomst noemt de Bijbel ‘eindtijd’. ‘Eindtijd’ is in Bijbels perspectief niet alleen tijd van heil (Jes. 27,12), maar ook van oordeel (Joël 3, 13 e.a.). Het is belangrijk die twee altijd bij elkaar te houden. Het licht zoekt een weg, breekt zich baan in de duisternis. De Here Jezus spreekt in het Bijbelgedeelte van vanmorgen vooral over de heilszijde van de oogst. Maar de onheilszijde van de oogst klinkt er ook in door. Vooral in de verzen 15 en 16.
De onheilszijde merken we ook volop in onze tijd: voortgaande secularisatie. Toenemende geloofsvervolging (388 miljoen). Ook in Europa. Opvlammend anti-semitisme. Afbrokkelen van democratie en rechtsorde. Opkomst autocratische leiders (70%). Toenemend moslim extremisme.
Polarisatie (verkilling van de liefde): in samenleving, families, kerkgemeenschappen etc.
Gods oogstgebeuren heeft twee kanten: heil en onheil / oordeel. Dat haalt de vrijblijvendheid uit de zending, het missionaire werk van de kerk. Het helpt onze tijd te duiden.
Onze wereld is niet leeg van God. Het is niet: God in de hemel, wij mensen op aarde. God is in deze wereld volop bezig met zijn missie om alles (weer) nieuw te maken. Niet alleen in de kerk. De Geest vernieuwt en transformeert mens en wereld. Naar het doel dat God voor ogen heeft. Hij doet dat met enthousiasme en royaal. Zo royaal dat het gat tussen het oogstgebeuren en de benodigde medewerkers steeds groter wordt. Er is in het Koninkrijk van God een chronisch vacature probleem. ‘De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders’.
‘Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt’. Gebed is de grondtoon van zending. ‘Evangeliseren zonder gebed is als fietsen zonder wielen’.Bidden is niet leeftijdsgebonden. Dat kan iedereen. Daarom: een gebedspunt voor ons allemaal. Voor elke dag. Bid om arbeiders in de oogst. Bid met de bewogenheid van Jezus. Bewogen met mensen. Mensen: zwak, vermoeid, somber, pessimistisch. Zoekend: naar houvast, doel, zin en betekenis. Focus, leiding. Herken je dat bij mensen om je heen? Bespeur je er ook iets van in je eigen hart en leven?
De observatie van Jezus is nog steeds razend actueel. ‘Vermoeid, verstrooid. Schapen zonder herder’. Laten we ons niet boven de ander verheffen, maar naast hen gaan staan. Biddend. Met het verlangen dat ze rust vinden voor hun ziel (11, 29). Dat ze door het geloof in Christus zin, doel, betekenis, bestemming in hun leven gaan vinden. Dat vervolgens in hun hart het verlangen geboren wordt om ook medearbeider te worden in Gods Koninkrijk.
‘Uitzending van de twaalf discipelen’ staat boven Matteüs10, 1-15. Ook wij zijn gezondenen. De discipelen worden nadrukkelijk uitgezonden naar hun volksgenoten. Wij worden meegenomen in de zendingsbeweging vanuit Jeruzalem naar de einden der aarde.
Over de volmacht van Christus gaat het in de verzen 7-8. Jezus geeft zijn leerlingen de opdracht / volmacht tot verkondiging (‘het Koninkrijk van de hemel is nabij’), tot genezing en bevrijding, tot het opwekken van doden en rein-making. Indrukwekkend. Het werk van Jezus gaat door. Wordt voortgezet. Daar is veel over te zeggen. Wat nemen we er nu van mee? In ieder geval twee dingen.
1.Het werk van Jezus, van de discipelen en van de apostelen is niet gestopt. De bediening van Jezus wordt in de kerk voortgezet, want wij delen in de zalving van Christus (Heidelbergse Catechismus Zondag 12, vraag en antwoord 32).
2. We zijn in deze eindfase van de heilsgeschiedenis niet onmachtig. Wij delen in Gods overvloedige genade en zijn begiftigd en begenadigd met de Geestesgaven en -uitingen die wij voor nu nodig hebben voor de vervulling onze roeping. In onze tijd, op onze plaats. Zijn we ons bewust van de volmacht en van de gaven die de Here aan ons gegeven heeft (individueel en als gemeente)? Delen we die genoeg uit? Om niet?
2. De tweede instructie gaat over kwetsbaarheid. Verzen 9-10. Jezus: ‘Voorzie u niet van goud of zilver, of kopergeld, of een reiszak, of twee stel onderkleren, of sandalen of een staf’.
De kwetsbaarheid van de eindtijd vraagt om een innerlijke houding van afhankelijkheid. Afhankelijkheid van God. Daarin schuilt meer kracht, dan luxe en comfort ons kunnen schenken. Wees gehoorzaam in kwetsbaarheid en in afhankelijkheid. Wacht niet tot het (missionair) beleidsplan klaar is. Wacht niet tot je antwoord hebt op alle mogelijke moeilijke geloofsvragen.
3. De derde instructie gaat over gastvrijheid en ontvankelijkheid. Verzen 11-15.
‘Welke stad of welk dorp u ook zult binnenkomen, onderzoek wie het daarin waard is; en blijf daar, totdat u weer vertrekt’. Jezus stuurt aan op onderzoek: in stad, dorp, huis. ‘Onderzoek of er gastvrijheid is. En ontvankelijkheid voor het evangelie. Als dat er is, blijf dan. Is er geen gastvrijheid en geen openheid en ontvankelijkheid, laat het dan los en vertrek’, zegt Jezus.
Deze aanpak vind ik leerzaam en helpend. De zendingsopdracht van Jezus is zo groot en algemeen, dat het verlammend kan werken. Dan kom je niet in beweging. Vanwege de grote opdracht kun je ook oververhit raken. Je vliegt van hot naar her. Je loopt jezelf (en anderen) voorbij. Jezus: ‘Kom in beweging, maar loop niet te hard van stapel. Onderzoek in jouw omgeving waar je God al aan het werk ziet en sluit daar bij aan’. Ga opzoek naar ‘mensen van vrede’. Wil je meer weten over deze strategie van Jezus? Lees het boek ‘De vergeten strategie van Jezus’, van Phil Moore.
Er zijn verschillende manier waarop we missionair present kunnen zijn. Iets (een roos bijvoorbeeld) uitdelen dat je vergezeld laat gaan van een Bijbelse boodschap. In het winkelcentrum christelijke liederen ten gehore brengen. Jezus stuurt hier aan op investeren in relaties. Relaties als voortuig voor de communicatie (in woord en daad) van het evangelie. Vele niet-gelovigen komen via een goede relatie met gelovigen tot geloof.
Dit is een persoonlijke, intensieve en betrokken manier van getuige-zijn. Dichtbij. In jouw context. Onderzoek waar je God aan het werk ziet: op school, in de buurt, op je werk, in je familie. Iemand waarin God aan het werk is, wordt ook wel ‘een persoon van vrede genoemd’. Probeer bij zo’n persoon van vrede aan te sluiten. Stel je beschikbaar om hem/haar/hen verder in te leiden en in te wijden in de geheimen van het evangelie en van het Koninkrijk van God.
Jezus zet ook ons in onze missionaire roeping. Hij stuurt aan op relatie gericht getuigenis. Relatie geeft betrokkenheid. Groeiende betrokkenheid leidt tot groeiende verantwoordelijkheid. Ook daarin houdt Jezus het klein. Hij bakent verantwoordelijkheid af. Degene die niet open en ontvankelijk is voor jou en voor het evangelie, is daar zelf verantwoordelijk voor. Aanvaard dat. Durf los te laten en verder te reizen. Opzoek naar een persoon van vrede.
Stel dat het waar is dat God nu bezig is met oogsten, en dat er in dit oogstgebeuren gebrek is aan medewerkers. Stel dat dat waar is. En het is waar. Stel dat we als Gods medearbeiders delen in de volmacht van Christus, dat kwetsbaarheid onze kracht is en dat wij niet hoeven te overtuigen, maar (slechts) aan te sluiten bij het oogstwerk van God. Stel dat dat waar is en het is waar. Wat betekent dat dan voor ons in het leven van elke dag? Persoonlijk en als gemeente? Wat betekent dat voor ons?
Volgens mij één ding: Dat we (opnieuw) beschikbaar zijn. Stel je beschikbaar als Godsmedearbeider, oogstarbeider, want de tijd is kort.
Amen.
