Geliefde gemeente van Jezus Christus,
Er was een hoop onenigheid in de kerken van Galatie. Er lag een fundamentele theologische vraag op tafel, en ze kwamen er niet uit. Hoe moeten we omgaan met de wetten en regels van het Joodse geloof, nu we Christen zijn geworden? Moeten we onze kinderen nog besnijden? Ons aan de voedselwetten houden? Moeten we offers brengen, voor onze reiniging, of is dat nu allemaal verleden tijd? Sommige leraren hadden strenge nieuwe regels opgelegd. Maar Paulus is het daar grondig mee oneens. In de hele brief aan de Galaten probeert hij duidelijk te maken dat de oude wetten van het Joodse geloof geen functie meer hebben. Je wordt niet gered door een leven volgens de wet. Dat is niet de basis meer van Gods band met zijn mensen. De relatie tussen God en zijn gemeente bestaat alleen in het vertrouwen op Jezus Christus. Het enige wat de wet nog voor je kan betekenen, is dat je tot de ontdekking komt dat het je niet lukt, om helemaal volgens Gods wil te leven. Dat je met je eigen vroomheid en je eigen rechtvaardigheid en je keurige leven altijd een keer spaak loopt. Wie een toekomst met God wil verdienen op basis van eigen inzet en correctheid, zal altijd tegen een muur op lopen.
Dat was nieuws, voor de Galaten. Want er was zo langzamerhand een heel systeem opgetuigd – met wetten en regels die nog wel voor de Joden golden maar niet voor de Grieken, en christelijke slaven hadden zich zus te gedragen en christelijke vrije mensen hadden zich zo te gedragen, en mannen mochten dit niet en vrouwen mochten dat niet – en zo was er voor iedere status en iedere afkomst in de veelkleurige kerk van Galatie een nieuwe leefregel bedacht om het correcte christelijke leven vorm te geven. Maar Paulus zet er een groot kruis doorheen. Weg met dat wetticisme. Genade is niet te verdienen. Wie je ook bent, waar je ook vandaan komt, wat je ook op je kerfstok hebt: je bent vrij. Je bent vrij in Christus. Christus heeft voor jou een streep gezet door al die keren dat je op je neus ging, dat je domme dingen deed, dat je een andere weg ging dan God voor ogen had. En nu ben je Gods kind. Zijn geliefde – die hij ziet in Jezus Christus.
Hoe vaak moet ik het nog zeggen, verzucht Paulus. Je bent een kind van God! Wie je ook bent, waar je ook vandaan komt – dít is wat jouw identiteit bepaalt. God is helemaal niet bezig met of je uit Nederland komt of uit een ander land. Of je een theoretische opleiding hebt of een praktische. Of je een man bent, of een vrouw, en aan welke regels je je dan hebt te houden. Of je goed of beter je best doet. Je bent Zijn Kind – en elke andere ‘identiteit’, ieder verleden, doet er niet meer toe.
Je bent Gods kind, en God behandelt zijn kinderen niet als slaven. Gods kinderen zitten niet vast in wat wel mag en niet mag en anders zwaait er wat. Gods kinderen hoeven niet te verdienen, maar te ontvangen. Gods kinderen zijn sinds Pasen bevrijde mensen – en de bevrijde kinderen van God leven niet volgens de wet, maar volgens de heilige Geest. Díe wijst hen de weg door het leven. En dat is niet meer een leven volgens strakke schema’s of gedwongen heiligheid. Niet meer een leven van beloning en straf. Het is het vrije leven dat hen gegeven is: een leven dat lijkt op dat van Jezus. Net als hij leven de kinderen van God door de kracht van de Heilige Geest. In het koninkrijk dat God bouwt, en door ons heen gestalte geeft in de wereld.
Vandaag komen wij samen als kerkelijke gemeente De Acker in Pijnacker. We zijn geen Galaten, we zijn geen Joden of Grieken, maar we zijn wel kinderen van God. Ook wij zijn sinds Pasen bevrijde mensen, die leven van Gods genade en anders niet. Misschien zeg je: dit vraagstuk speelt hier toch niet? Besnijden hebben we nooit gedaan, en reinigingswetten waren ook niet echt aan de orde. Ergens is dat waar, natuurlijk. En tegelijk kan er bij ons ook ongemerkt de gedachte insluipen dat we genade toch moeten verdienen. Dat we opperbest moeten leven om voor God te mogen bestaan. Dat God wel liefde is, maar houden van mij? Dat is toch wel te gek. Daarvoor moet ik eerst genoeg boete doen, over de fouten van mijn jeugd. Over de problemen, in mijn familie. Over de gebreken in mijn persoonlijkheid. God ziet me aankomen – nee hoor, dáárvoor is geen genade groot genoeg.
Of ongemerkt hebben we toch de gedachte dat er verschillende regels gelden. Dat wie nieuw is in de kerk zich gedeisd moet houden, en wie gepokt en gemazeld is de richting bepaalt. Of dat een ambtsdrager een hogere rang of stand is, of dat je voor een bepaalde rol een bepaald geloofslevel moet hebben bereikt. Soms hebben we oordeel zo snel klaar, over wie anders is dan wij. Zelfs in de gemeente van God houden we soms vast aan verschillen, in plaats van dat we ons richten op wat ons samenbindt.
Opnieuw zet Paulus er een groot kruis doorheen. Het kruis van Christus. Hoe vaak moet Paulus het ons nog zeggen? Door de genade van Christus ben je een kind van God. Niet meer een dommerik, niet meer een schuldige, niet meer te klein of teveel twijfelaar of te oud of te nieuw of te onwetend. Als jij gelooft dat Jezus Christus Heer is, dan wordt je dat op de lippen gelegd door God zelf en ben jij een kind van God. En dat is niet omdat de Vader nog niet alles van je weet. Hij kent zijn kinderen door en door. Hij heeft ze zien opgroeien, hij heeft ze geschapen. Hij kent onze gaven en onze gebreken – en in Gods genade hoef je het echt niet meer te verbergen. Laat het toch los, ontvang toch de vrijheid – en leef toch in genade door de Geest.
Als bevrijde mensen uit Pijnacker en omgeving zijn wij kinderen van God, en mogen wij net als Jezus leven door de kracht van de Heilige Geest. Die kracht en die beweging van de Geest – die zijn niet in een systeem te vangen. Die Geest wordt in iedereen anders zichtbaar. Anders dan de wet, die van iedereen hetzelfde onmogelijke eist, is deze Geest gul en genadig en divers en creatief. De één groeit in troost, de ander in wijsheid, de ander in bekering. De één wordt beter in de techniek, de ander wordt beter met kinderen, de derde blijkt een goede diaken, de vierde schenkt de lekkerste koffie en de vijfde blijkt precies de juiste vragen te stellen. En het bijzondere is: ze zijn allemaal kind van God, ze hebben het allemaal niet verdiend, en in hen allemaal wordt Christus zichtbaar.
Nou nou, Christus zichtbaar, in mij? Is dat niet wat te groot gesproken? Nee. Dat is niet te groot gesproken. Kijk maar eens heel goed om je heen. Naar voren, naar achteren, naast je. Naar de kinderen die straks binnen komen, naar de camera waar nog een halve gemeente achter schuil gaat. In iedereen die je aankijkt, zie je Jezus Christus. In iedereen zie je een verhaal: van gebrokenheid en verdriet, van schuld en vergeving, van Gods genade en goedheid. En het zijn díe verhalen die ertoe doen. Niet de verhalen van wie braaf leeft of zich goed gedraagt. Maar de verhalen van hoe wonderlijk het is dat we Gods kind zijn. Hoe wonderlijk Gods Geest ons in beweging brengt. Hoe de Vader Zijn kinderen draagt en zich over hen ontfermt.
Laten we ons niet verstoppen, dit seizoen. Achter vriendelijke gezichten of een moedig ‘het gaat wel hoor’, of achter ‘ik sla een keertje over.’ Maar laten we opdagen, tot elkaar komen, als kinderen van God, als erfgenamen van Christus, als mensen die vol zijn van de Heilige Geest. Niet uit slaafse gehoorzaamheid en omdat kerkgaan er nu eenmaal bijhoort. Maar om te ontdekken wat het is om kind te zijn. Om in de buurt te komen van de bewegingen van de Heilige Geest. Om uit te wisselen en innig mee te leven, om opgebouwd te worden door wat God doet in het leven van een ander. Om het beeld dat we van Christus hebben nog zoveel rijker te zien worden door de ontmoeting met de mensen om ons heen.
Heilige Geest van God, bevrijd ons van onze systemen, en maak ruimte in ons hart, om kind te zijn. Om te ontvangen, genadig en overvloedig en onverdiend. Wilt u dit seizoen onze ogen openen voor uw genade – in ons eigen leven, en in dat van de mensen om ons heen. Zodat wij in vrijheid zullen leven en U in alle volheid zullen aanbidden, Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.
