Preeksamenvatting, zondag 21 augustus 2022.

Bijbelgedeelten: Genesis 2, 8-9. 15-17 en 3, 22-24 (NBV), Johannes 14, 6 (NBV), Openbaring 22, 1-5 (NBV) en Openbaring 2,7 (NBV).

Voorganger: ds. Jelke de Jong (dominee@deacker.pknpijnackerdelfgauw.nl).

Gemeente van Jezus Christus.

Bomen spreken tot de verbeelding. Overal ter wereld komt de boomsymboliek voor.

De boom staat o.a. symbool voor leven en vruchtbaarheid.  Een oeroude voorstelling is die van de levensboom. In de Griekse mythologie stond er in de godentuin aan het einde van de wereld een levensboom. Volgens de oude Egyptenaren stond er een wilde vijgenboom in de oostelijke hemel, waarop de goden zaten. De altijd groene boom werd door de Germanen als levensboom vereerd. Aan die traditie hebben wij de kerstboom te danken.

In de 16de eeuw ontstond de gewoonte om het symbool van de levensboom te plaatsen boven de deuren van boerderijen en voorname huizen. Dit om de families en de have te beschermen.

De boom als symbool voor een gelukkig leven. Zo lang mogelijk gelukkig leven, dat willen wij toch ook? We dagen elkaar en vooral onze jongeren uit om het maximale en het beste uit onszelf en uit het leven te halen.

Levensboom ook in de Bijbel. Genesis (2-3), Spreuken (3,18; 11,30; 13,12 en 15,4) en Openbaring (2,7; 22,2.14.19). De bomen waren er eerder dan de mens.

In Genesis 2 hebben we gelezen dat de levensboom midden in het paradijs stond. Niet aan het einde van de wereld. In het paradijs was de levensboom een vruchtboom voor de mens.

De levensboom stond in het paradijs niet op zichzelf. In Genesis 2,9 wordt de levensboom verbonden met de boom ‘van goed en kwaad’. Van de eerste mag de mens de vruchten wel eten, van de tweede niet. Voor de betekenis van beide bomen is het goed te letten op het geheel.

Wat is het beeld dat de eerste hoofdstukken van Genesis ons geven over de mens? Dat God de mens leefruimte geeft (de hof) en levensmiddelen (de vruchten van de hof) en arbeid (2,15: bewerken en bewaken) en gemeenschap. De gemeenschap van man en vrouw, mensen onderling. De mens in relatie tot het geschapene en in relatie tot God, de Schepper. God geeft de mens niet alleen levensadem, maar alles wat het leven tot leven maakt. Hét leven. Een lang en gelukkig leven. God geeft de mens een levenslang bestaan.

De eerste hoofdstukken van Genesis leren ons dat de relatie tot God cruciaal is voor het voortbestaan van dit mooie plaatje. Wanneer de mens de relatie tot God los gaat laten, raken alle relaties verstoord. Vandaar die twee bomen. De boom van kennis van goed en kwaad dient als een oranje knipperlicht. Het zegt: ‘Let op! Houd de grenzen in acht. Blijf mens. Wil niet God zijn’. De levensboom bevestigde de mens in het gelukkige leven. Wanneer de mens van die boom een vrucht nam en at, dacht hij/zij: ‘Wat is het leven toch mooi en goed: het leven met elkaar, met alles om ons heen, samen met God’.

Wij dagen elkaar uit om zelf een goed en gelukkig leven te creëren. Wij-zelf. Genesis leert ons dat het leven ons gegeven is en wordt.

De betekenis van de levensboom moet je symbolisch verstaan. De levensboom is teken van het volle leven in gemeenschap met God, waar de mens in de weg van gehoorzaamheid in deelt. Vergelijkbaar met het avondmaal.

Calvijn: ‘De boom des levens is en uitwendig teken waardoor God wilde dat de mens zo dikwijls als hij de vrucht van de boom proefde, zich zou herinneren van wie hij het leven ontvangen had en dat hij zou erkennen, dat hij niet door eigen kracht, maar alleen door Gods genade leeft’.

Het hele verhaal kun je dus terugbrengen tot twee woorden: gehoorzaamheid en afhankelijkheid. ‘Afhankelijkheid’ hoort bij de boom van goed en kwaad. ‘Houd de grenzen in acht. Leef als mens in afhankelijkheid met God’. ‘Gehoorzaamheid’ hoort bij de levensboom. Geloof en vertrouwen op God geeft een gelukkig leven. Voor altijd: nu en straks.

We weten hoe het is gegaan. De mens wilde als God zijn. Geen afhankelijkheid, maar autonomie. Gevolg: de mens raakte uit de gemeenschap met God en verloor het leven. De toegang tot de levensboom werd de mens dan ook ontzegd. Cherubs met vlammende zwaarden bewaakten de toegangsweg. Er was geen doorkomen aan.

Hoe moet het nu verder met de mens en met de wereld? Is alles tevergeefs geweest? God maakt een nieuw begin met Noach. Die weg loopt, vanwege ongehoorzaamheid van de volken, stuk in Babel. God maakt een herstart via Abraham. Die weg loopt, vanwege de ongehoorzaamheid van het volk Israël, uit op de ballingschap.

Tenslotte zond Hij zijn eigen Zoon. Jezus heeft gehoorzaamheid geleerd in wat Hij geleden heeft. Hij heeft de wet vervuld. In zijn weg van lijden, sterven en opstanding heeft Hij de relatie met God hersteld en het waarachtige leven aan het licht gebracht. Jezus is de Weg, de Waarheid en hét Leven. Hij is de Levensboom.

De relatie tussen Jezus’ kruis en de levensboom, is in de Bijbel niet aanwezig. Maar op grond van joodse teksten (Psalmen van Salomo) en teksten uit het OT (Jeremia 23,5; 33,15 en Psalm 1) is in de vroege kerk die link wel al heel vroeg gelegd. Later, in de Middeleeuwen, komt de levensboom veelvuldig voor in de liturgie: in liederen (vooral 40dagentijd; Liedboek 547 en 578), gebeden en gewaden.

De levensboom komt ook voor in de visioenen van Johannes. De tuin wordt een stad. In het midden van het plein van de stad ziet Johannes aan weerskanten van de rivier een levensboom

staan, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht (Opb. 22,2).

Dat is bemoedigend. Het leert ons dat het waar is dat Jezus de gemeenschap tussen God en mensen weer heeft hersteld en dat we eens weer mogen delen in de volle gemeenschap met God en met elkaar.

Zover is het nu nog niet. Er is nu nog veel vervreemding tussen God en ons. En in de onderlinge relaties. Vanwege onze ongehoorzaamheid. Omdat het voor ons zo lastig is om Jezus Heer te laten zijn over heel ons leven.

Daarom vieren we volgende week het avondmaal: om ons weer in te oefenen in de gemeenschap met God en met elkaar. Om te ervaren dat dat echt leven is: leven in gemeenschap met God en met elkaar. Om er van overtuigd te raken dat je hét leven nooit zelf voor elkaar kunt boksen, maar dat het je geschonken wordt in de weg van geloof en gehoorzaamheid. En dat de grondtoon van dat goede leven genade is. Je mag fouten maken, maar altijd weer opnieuw beginnen, dankzij de vergevende liefde van God in Christus. We vieren het avondmaal om te leren verlangend uit de zien naar de volle gemeenschap met God en mensen. Wanneer de tuin een stad is geworden. Bij de wederkomt van Christus, wanneer hemel en aarde verenigd worden en God zal zijn alles en in allen.
Amen.