Logische leegloop – overdenking van ds. Cor Baljeu

Zodra ik in de preek aandacht besteed aan de leegloop van de kerken tikken mensen mij op de vingers: ‘…niet teveel aandacht hierop. Men weet dat wel. Het gaat toch om wat goed is? Dat is waar. Uiteindelijk is de vrucht van Gods Geest: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Galaten 5, 22b), dat is wat er verkondigd behoort te worden!

Toch houdt de leegloop mij bezig, dan maar in een column.

Als ik vraag waarom iemand de kerk verlaat, is het antwoord: ‘…ik heb er niets mee’, ‘…saaie kerkdiensten’, ‘…jullie komen alleen om geld (in de kerkbalansperiode). Geluiden die al decennia klinken. Echter er is meer.

De generatie die het meest gemist wordt in de kerk is de generatie die is grootgebracht met ‘My little pony’ en ‘My first Sony’. Vervolgens viel de muur, expandeerde de economie en begon het grote consumeren. Een explosie ontstond van entertainment en events. Dit in combinatie met de digitale revolutie. Een revolutie die een hersenspoeling veroorzaakte door middel van het woord ‘mijn’. Mijn hele computer staat vol met programma’s die beginnen met ‘mijn’. In het sociale leven praten we toenemend over ‘mijn dokter’, ‘mijn advocaat’, ‘mijn personeel’, ‘mijn bank’, ‘mijn gezondheid’. En reizend kijk ik op mijn smartphone. Mijn wereld. De homo individualis is geboren: een zich van de maatschappij afkerende weinig wetende en zich rond etende consument. Ik voor mezelf en god voor ons allen!

En in de kerk hoor je ‘de barmhartige Samaritaan’ (Lucas 10, 25 – 37). De vraag ‘…wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ speelt Jezus terug: ‘Wat staat er in de wet?’ De vragensteller, een joodse wetgeleerde, antwoordt: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht, met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ ‘Goed geantwoord’, zegt Jezus. De wetgeleerde vervolgt: ‘…wie is dan mijn naaste?’ Jezus vertelt daarop een verhaal waarin een man beroofd en geslagen wordt en bloedend langs de kant van de weg ligt.

Twee passerende tempeldienaars doen net alsof hun neus bloedt, in plaats van die man: de tempel mag niet bediend worden met handen waaraan bloed kleeft. Dan passeert een Samaritaan. Hij verzorgt de man, brengt hem naar een herberg en betaalt de herbergier.

Nu moet u weten dat een joodse wetgeleerde en een Samaritaan zich verhouden als een Feyenoordsupporter en een Ajaxsupporter. ‘Wie is de naaste? vraagt Jezus. ‘Degene die hem verzorgde’, zegt de wetgeleerde. (‘020’ zou de Feyenoordsupporter zeggen).

Doet u dan voortaan net zo, zegt Jezus tegen de wetgeleerde. Dit is het verhaal dat u in de kerken hoort. Het is wat Jezus van mij, van ons, van u vraagt.

Als hij dat verhaal hoort, wendt de homo individualis het hoofd en kijkt de andere kant op. Logisch dat de kerken leeglopen. Hij heeft er niets mee. De homo individualis kent alleen ‘mijn’.

Schuldige gevonden? Column afgelopen?

Nee. Schaamtevol realiseer ik mij…

…de homo individualis is opgevoed door mijn generatie.

Ds. Cor Baljeu